>

Nieuws

 
8 april 2022

Geen vrede met vlees eten

Dit betoog begint met een bekentenis: ik ben flexitariër. Dat houdt in dat ik (nog steeds) meerdere keren per week vlees eet. En nee, ik voel daar geen ‘vleesschaamte’ bij. Nou ja, een beetje, soms. Tegelijk vind ik dat we met z’n allen aanzienlijk minder vlees zouden moeten eten. En helemaal als doopsgezinden, die er prat op gaan een vredeskerk te zijn. 

We doen alsof vlees eten normaal is, maar pakweg twee generaties terug, halverwege de 20e eeuw, was dat helemaal niet zo normaal. Vlees eten was voor veel mensen een luxe. Misschien dat velen er daarom moeite mee hebben er afstand van te doen: het wordt als een verworvenheid beschouwd en ervaren als onderdeel van ‘het goede leven’. Maar wat voor mij een goed leven is kan ten koste gaan van dat goede leven voor anderen. En kun je het dan nog wel een goed leven noemen? Past het überhaupt in het goede leven van een kerk die zichzelf als een vredeskerk afficheert?

Om te beginnen is vlees eten een lange neus trekken naar al die gebieden in de wereld waar de meeste mensen zich die luxe nog steeds niet kunnen veroorloven. Je zou het zelfs als diefstal kunnen aanmerken. Want om in onze vleesconsumptie te voorzien leggen we een groot beslag op het beschikbare landbouwareaal, waar we diervoer laten verbouwen of koeien laten grazen. Vlees eten terwijl elders in de wereld mensen honger lijden, omdat we de beschikbare landbouwgronden niet gebruiken om mensen te voeden maar om in onze biefstuk te voorzien – da’s toch niet normaal? Dat moeten we als vredeskerk niet willen!

De vleesconsumptie in ons welvarende Westen legt sowieso een onevenredig beslag op de natuurlijke hulpbronnen. Bossen moeten plaatsmaken voor weidegronden om het vee te laten grazen. Akkers worden gebruikt om diervoer te verbouwen. Wat die verschraling aan biodiversiteit op de langere termijn gaat betekenen, weten we eigenlijk nog steeds niet goed. In ieder geval is uit recent onderzoek gebleken dat een van de nog niet onderkende consequenties de teruggang is van ‘natuurlijke bestuivers’, onder meer bijen en vlinders. Daarnaast wijzen alle gegevens erop dat de veeteelt een belangrijke bijdrage levert aan de opwarming van de aarde. Dat gebeurt in directe zin onder meer door de uitstoot van methaan, maar ook in indirecte zin door de kap van bossen ten behoeve van nieuwe weidegronden en landbouwareaal waarop veevoer kan worden verbouwd. We vernietigen kortom de schepping die wij in beheer hebben gekregen, omwille van een broodje rosbief. Da’s toch niet normaal? Dat moeten we als vredeskerk niet willen!

Tot slot weten we inmiddels heel goed welke misstanden er zijn in de dierindustrie. Het inzicht dat ook dieren gevoel hebben en pijn kunnen lijden – en dat ze dus belangen hebben waar wij rekening mee moeten houden – treffen we reeds aan bij de achttiende-eeuwse filosoof Jeremy Bentham. De oude christelijke overtuiging dat de mens de kroon is op de schepping, is echter nog diep geworteld in ons denken. Nog steeds trekken we een grens tussen de mens en andere schepselen, en eigenen we ons het recht toe andere schepselen te gebruiken en te doden – puur en alleen voor ons eigen genot. Dieren worden verwekt, opgefokt en vervolgens uit hun lijden verlost, enkel en alleen omwille van een portie McNuggets. Da’s toch niet normaal? Dat moeten we als vredeskerk niet willen!

Wat dan? Dan maar afschaffen die hele vleesindustrie? Droom lekker verder! Misschien in 2050. Dat lijkt mij een mooi streven. Maar we kunnen zelf al wel kleine stapjes nemen. Als we om te beginnen minder vlees zouden gaan eten, dus kleinere porties (voedingsdeskundigen geven als referentie 70 gram vlees per dag voor een volwassene), en bij voorkeur vlees van een dier dat is gefokt met maximale aandacht voor dierenwelzijn en milieu. Dat betekent vlees van de bioslager in plaats van een kiloknaller, of vlees van de lokale boer in plaats van uit pakweg Argentinië. En wat vaker een vegetarisch alternatief. Dat kan een broodje vegetarische hamburger zijn, maar ook een maaltijd met bonen en rijst. 

Tegelijk mogen we als collectief, als geloofsgemeenschap, onze lat wel wat hoger leggen. Samen sta je sterker tenslotte. Ik stel voor dat bij alle maaltijden die we in georganiseerd doopsgezind verband aanbieden – bij vergaderingen, feestelijke bijeenkomsten, gespreksgroepen et cetera – vlees van het menu afgaat. Dat zou wat mij betreft het nieuwe normaal moeten worden. Laten we weer eens zichtbaar maken wat dat ook alweer betekent: daden gaan woorden te boven! Het lijkt een klein gebaar, een koperen schellinkje in het offerblok, maar ik zou het goud waard vinden!

Tekst: Fulco van Hulst
Beeld: Joanne McArthur

Lees de ingezonden reactie van broeder en zuster Maat-Hanje hier

Lees de reactie van Fulco op de brief hier

 


Terug