>

Nieuws

 
25 maart 2022

Vrijheid? (1)

Op 7 april wordt een Sessie voor de Ziel gehouden over vrijheid, aan de hand van een essay dat Joke Hermsen voor Trouw schreef. Ter voorbereiding van deze Sessie voor de Ziel, o.l.v. Jeannette den Ouden, plaatsen we het essay in vier delen. Vandaag deel 1.

Een paar maanden geleden liep ik met mijn fiets aan de hand langs de grachten van de Amsterdamse binnenstad. Ik was even afgestapt om van de zon te genieten en naar het knisperend verse loof van de bomen langs de Prinsengracht te kijken. Hoewel de wind nog ijzig koud was, leek het voorjaar eindelijk aangebroken. Ik passeerde een paar overvolle terrassen, waarop voornamelijk jonge en tamelijk uitgelaten toeristen waren neergestreken. Telefoon in de ene, glas bier of wijn in de andere hand - het was immers al elf uur ’s morgens - en zich blijkbaar van geen corona-aerosol bewust, want niemand hield afstand of droeg een mondkapje. Pas na het zoveelste terras werd ik mij van mijn reactie op al dat terrasjolijt bewust.  Zodra ik een nieuw terras naderde wendde ik meteen mijn hoofd af, en begon aandachtig de panden ter rechterzijde te bestuderen. 

Waarom deed ik dat? Gunde ik de toeristen hun plezier niet meer? Natuurlijk wel. Was ik dan misschien bang om alsnog, op de valreep van mijn eerste vaccinatie, besmet te raken? Nee, want ik wendde mijn hoofd niet op overige drukke plekken in de stad af. Had ik dan wellicht het afgelopen jaar een terrasfobie of toeristenvrees ontwikkeld? Nee, besloot ik na enig kritisch zelfoverleg, dat kon het natuurlijk allemaal niet zijn. Toch was de neiging om het te doen bijzonder sterk en amper te onderdrukken. Het ging bijna als vanzelf, op impulsieve wijze, maar dat maakte de impuls zelf er nog niet minder vreemd om. Vermoedelijk wendde ik mijn hoofd af om iets anders dan de toeristen of de terrassen zelf, bedacht ik mij vervolgens, terwijl ik probeerde om met een vriendelijke glimlach op mijn gezicht langs het volgende terras te lopen - maar ze herinnerden me er wel degelijk aan. 

Het was, bekende ik aan mijzelf, uit ergernis dat alles binnenkort weer 'terug bij het oude normaal' zou zijn, zoals de demissionaire premier ons al een paar keer glunderend had beloofd. Alsof ik door mijn hoofd af te wenden 'het oude normaal' nog niet onder ogen hoefde te zien. Terug naar normaal betekende immers ook terug naar de herrie, terug naar de vervuiling van de stad en het luchtruim, terug naar een door economische motieven geleide stad, waar de huizenprijzen mede vanwege het grootschalige toerisme torenhoog waren gestegen. Terug naar normaal betekende in mijn optiek terug naar af. 
Eenzelfde ergernis was mij al eerder overvallen bij het zien van de vele foto’s van geheven glazen en grijnzende gezichten boven dikke lagen schuimend bier op de sociale media, voorzien van verheffende onderschriften als: ‘Eindelijk mogen we weer!’ of 'Eindelijk zijn we weer vrij!’. Nu houd ik ook wel van een terrasje op zijn tijd, maar de grote vreugde over het gebroederlijk drinken in de buitenlucht terwijl in de ziekenhuizen nog covidpatiënten lagen, kon ik niet delen. Ook het in deze berichten veelvuldig gebruikte woord 'vrij' en 'vrijheid' vond ik misplaatst. Alsof de gezamenlijk genuttigde alcoholconsumptie het vrijheidsideaal van de westerse mens nog het meest belichaamde. 
Ik sprong weer op mijn fiets en trapte door de straffe wind naar huis. Want wat ‘mochten we dan precies weer'? We mochten weer opnieuw consumeren en geld aan het toerisme verdienen, het liefst op grote schaal, zodat de horeca en de economie weer op volle toeren konden draaien. Maar de vraag was of dit ons inderdaad 'vrijheid' zou opleveren, of dat we daarmee alleen nog een tandje sneller onze ecologische ondergang tegemoet zouden gaan. Ik had kortom maar weinig fiducie in dat ‘terug naar het oude normaal’. Ik had gehoopt dat na ruim een jaar van pandemie, smeltende ijskappen en verwoestende bosbranden de meeste mensen er wel van overtuigd waren geraakt dat het juist heel anders moest, namelijk duurzamer, socialer, en getuigend van veel meer verantwoordelijkheidsgevoel voor de komende generaties dan we de afgelopen decennia hadden betoond.

En ik was niet de enige. Precies een jaar geleden waren we met een bont gezelschap het initiatief #beternacorona gestart. We wilden een platform bouwen voor de vele, kleine bewegingen die werkzaam zijn op het gebied van ecologie en sociaaleconomische rechtvaardigheid, zoals bijvoorbeeld Nederland Kantelt, Extinction Rebellion, NieuwWij, Bits of Freedom, Keti Koti, De Turnclub en Milieudefensie. We vonden het belangrijk om deze progressieve krachten te bundelen, zodat we na de pandemie onze stem luider konden laten klinken. We organiseerden online leesclubs, ondersteuningsprojecten voor musici, dichters en kunstenaars en zelfs een heuse ‘#beternacorona’ talkshow. Samen met Mercedes van Zandwijk en Menno Grootveld voerde ik gesprekken met diverse gasten over onder meer de verduurzaming van de stad, de mogelijkheid van democratische vernieuwing in de vorm van burgerraden, de voordelen van een basisinkomen, de kansenongelijkheid in het onderwijs en de bedreiging van onze privacy door Big Data-bedrijven. 

Tekst: Joke Hermsen


Maandag 28 maart verschijnt deel 2. Geef u via dit formulier op voor de Sessie voor de Ziel over dit essay. 


Terug