>

Nieuws

 
28 september 2021

Eed zweren

Ik herinner me dat mijn moeder na een bezoek aan de rechtbank inzake een ondercuratelestelling enigszins triomfantelijk vertelde dat zij geen eed had afgelegd. 

Dat was blijkbaar een bijzonder moment. Juist in die periode las ik in het toen al oude boekje van H.W. Meihuizen over doopsgezinde kenmerken en eigenaardigheden. Wat gek dat die doopsgezinden zo verheugd zijn over eenmalige dingen als doop op belijdenis en het niet zweren van een eed? Wat bezielt deze mensen? Veertig jaar geleden waren er zelfs buttons met deze vraag. Ik heb er voor de zekerheid altijd eentje bewaard...

Bergrede
Het is natuurlijk te simpel om te stellen dat dit voorschrift in de bijbel staat. Er staat nu eenmaal heel veel in de bijbel. Maar deze tekst staat in de Bergrede (Mattheus 5-7; Jacobus 5:12) en voor de dopersen gold die als de nieuwe wet van Christus. Daar moest je je gewoon aan houden – en wie weet is dat ook zo, al klinkt dit me wat wettisch in de oren:

‘Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: ‘Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.’ En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.’ (Mt 5: 33-37)

‘Gewone’ leven
Dat is duidelijke taal met diepe wortels in het Oude Testament. Je hoeft er de Tien Geboden (Exodus 20; Deuteronomium 5) maar op na te slaan om te lezen dat je niet op lichtzinnige wijze God bij je eigen zaken mag betrekken, laat staan de Eeuwige voor je karretje spannen. Jezus geeft dit goed – rabbijns – een bijzonder accent, omdat het naar zijn inzicht niet alleen om die specifieke situaties gaat, maar vooral om de heiliging van juist ons ‘gewone’ leven. Het ging hem om waarachtigheid en integriteit. Het maakte deel uit van wat Feitse Boerwinkel zou samenvatten als ‘meer dan het gewone’.

Voor de dopers hoorde volgens Meihuizen de weigering de eed af te leggen bij een rijtje van vier: het verbod van buitentrouw, de afwijzing van overheidsambten, de weerloosheid en de weigering van het afleggen van de eed. Tezamen vormen zij een bepaalde houding in en tegenover ‘de wereld’. Eed zweren had ooit vooral te maken met de verhouding tot de overheid. Eed zweren ging over loyaliteit; de plaatselijke overheid van de stad wilde weten of ze van iedereen op aan kon. Die werd achterdochtig van mensen die de vrijpostige gedachte koesterden dat zij God meer gehoorzaam konden zijn dan mensen. Bij verbanning uit de stad werd je ook geacht te zweren dat je niet zou terugkeren. De eed was kortom onderdeel van de bestaande orde en het strafsysteem. 

Geesteshouding
Bij de latere doopsgezinden ging het meer om een geesteshouding. Een gelovige had oprecht te zijn, betrouwbaar ten opzichte van zijn medemens. Hij diende de waarheid te spreken, want eerlijkheid was de grote plicht van ieder die Christus wilde navolgen. 
De waarheid spreken is niet lofwaardig, maar vooral vanzelfsprekend. We leven als mensen voor het aangezicht van God. In dat besef schuilt een stukje menselijke waardigheid van wie je bent, waar je voor staat in relatie tot andere mensen. Het gaat over betrouwbaarheid, of je van elkaar op aan kunt. Daarom houd ik toch maar dat Laat uw ja ja zijn en jullie nee nee in ere; daar hoef je inderdaad niks aan toe te voegen. Met alleen grote woorden, mooie beloften, komen we er niet.

Het is voor ons normaal om in onze seculiere maatschappij op bepaalde momenten de gelofte af te leggen, daar kijkt niemand meer van op. Tegenwoordig zijn er gedragsregels, beroepscodes, boeteclausules en integriteitscommissies. Ik hoop van harte dat deze helpen om allerlei misbruik te voorkomen. Ik prijs me echter gelukkig dat het evangelie me erbij bepaalt dat het niet alleen om die regeltjes gaat, maar om een integere wijze van leven. Daar is niets eenmaligs aan, net zo min als dat het in de doop op belijdenis om iets eenmaligs zou gaan. Het gaat om een leven van eerlijk duurt het langst, de waarheid zal je vrij maken en ja, zegt u het maar… van daden gaan woorden te boven. 

Dit stuk verscheen eerder in het themaboekje ‘Nieuw Doospgezind Peil’ dat is te verkrijgen via de ADS.

Tekst: Gerke van Hiele
Beeld: J. L. David - De eed op de kaatsbaan (1791, Paleis van Versailles)


Terug