>

Nieuws

 
21 september 2021

Laat mij niet alleen gaan

Het is pijnlijk en verdrietig als iemand tot de conclusie komt dat (het) leven geen leven meer is. 

Allereerst voor de persoon zelf, maar ook voor de omgeving. Mensen kunnen om uiteenlopende redenen tot de conclusie komen dat ze niet meer verder willen leven. De een kan een terminale ziekte hebben, in een fase zijn beland die veel pijn met zich meebrengt en dan intens verlangen naar het einde van die uitzichtloze pijn. De ander kan zijn leven als voltooid ervaren: het is goed geweest zo. 

Horen
Evengoed kan iemand juist nooit de ervaring gehad hebben dat het leven goed was. Mensen lijden soms aan het leven, als gevolg van hun persoonlijke geschiedenis, of van tegenslag, ziekte, een psychiatrische aandoening. En soms wil iemand afscheid van het leven nemen nu hij nog zelf de regie heeft. Of omdat zij voorziet dat haar leven binnenkort niet meer hetzelfde zal zijn en zij de fysieke en geestelijke achteruitgang die haar te wachten staat niet wenst mee te maken. In sommige gevallen zullen familie, vrienden en collega’s zich kunnen voorstellen dat iemand afscheid wil nemen van het leven. In andere gevallen zal dat moeilijker voorstelbaar en invoelbaar zijn. 

De vraag of we ons willen inleven is echter een cruciale vraag. Willen we horen wat de ander te melden heeft? Want het zal je maar gebeuren dat jouw moeder en oma van je kinderen met de mededeling komt dat ze het ‘wel welletjes’ vindt. ‘Weet je, ik heb in mijn leven de zon al vaker dan 30.000 keer op zien gaan. Ik heb een rijk leven gehad. Ik heb jullie grootgebracht, een mooie loopbaan gehad, ik heb de voorbije jaren genoten van de kleinkinderen, maar ik heb het hier wel gezien.’ Dat kan als bijzonder pijnlijk worden ervaren. ‘Zijn wij dan niet meer belangrijk voor je?’, kan dan de reactie zijn. Mensen kunnen zich in de steek gelaten voelen, de indruk krijgen dat ze er niet meer toe doen voor een ander. 
Of een goede vriend vertrouwt je toe: ‘Ik lijk nog wel helder, maar het wordt echt minder. Volgens de dokter is het beginnende Alzheimer – en de aftakeling die daar bij hoort wil ik echt niet meemaken.’

Complex
Het is een lastige discussie of je nú kunt beoordelen hoe je het leven láter zult waarderen –  in een stadium waarin je mogelijk een deel van je cognitieve functies bent kwijtgeraakt. Maar voor sommige mensen is het vooruitzicht dat zij dement worden een criterium om voor zichzelf euthanasie te wensen. En wie zijn wij om voor een ander te bepalen wat zijn leven zin geeft?

Nog gecompliceerder is misschien wel de doodswens van soms relatief jonge mensen die aan het leven lijden. En het is extra moeilijk je in te leven in iemand die niet meer wil leven, wanneer anderen in je omgeving die heel graag willen leven dat niet meer gegund is. Bijvoorbeeld als je zus van vijfendertig aanhoudende psychische klachten heeft, het leven niet meer ziet zitten en daarom een traject in wil gaan om op een waardige wijze afscheid te mogen nemen van het leven. Terwijl jij  weet dat jij binnen twee jaar je partner zult verliezen aan een ongeneeslijke fysieke kwaal. Dat kan je ontzettend boos maken.

In dit soort situaties wordt een bijzonder zwaar beroep op de omgeving gedaan. Eigenlijk is de vraag die ons gesteld wordt: laat mij gaan, maar laat mij niet los. Mensen die duidelijk maken dat ze afscheid willen nemen van dit leven, wensen allereerst dat hun recht op zelfbeschikking wordt gerespecteerd, maar ze vragen er vaak ook om die laatste fase niet alleen af te hoeven leggen.

Geschenk van God
Hoe kijken we vanuit theologisch oogpunt tegen de mens en het menselijk leven aan? Als wij het leven ‘een geschenk van God’ noemen, wat bedoelen we dan? Is dat een metafoor waarmee we onze dankbaarheid voor dit leven tot uitdrukking willen brengen, en tegelijk onze verwondering over het ondoorgrondelijk wonder van het leven? Of nemen we het toch letterlijker, en willen we ermee tot uitdrukking brengen dat uiteindelijk niet wijzelf, maar God over ons leven beschikt? 

Uiteraard kan iemand voor zichzelf beslissen: mijn leven behoort God toe. Maar als wij uit naam van God een ander vertellen wat hij wel of niet mag doen met zijn leven, botst dat niet alleen met het juridisch recht op zelfbeschikking, het sluit ook niet aan bij de Nederlandse doopsgezinde traditie van vrijheid en verantwoordelijkheid. 
Wat daarbij wel aansluit is proberen iemands beslissing te respecteren, hoe moeilijk dat ook kan zijn. Wij hoeven die ander echter niet te helpen zijn of haar verzoek te motiveren en te verhelderen. De procedures die in werking treden wanneer iemand een formeel verzoek tot euthanasie of hulp bij zelfdoding doet, voorzien in principe in een gedegen begeleiding. Zorgen dat iemand ondoordacht een beslissing neemt hoeven we dan ook niet te hebben. Maar dat iemand zich alleen voelt en niet begrepen in die wens – dat zijn wel terechte zorgen. 

Nabij blijven
De ander nabij zijn zonder oordeel is daarom de uitdaging, hoe moeilijk dat ook kan zijn. Soms kan die ervaren nabijheid misschien zelfs een nieuw perspectief bieden en leiden tot een nieuwe waardering van het leven. Dat mag echter nooit het doel zijn. Het gaat erom dat de ander zich gekend mag weten, ook in zijn of haar diepste nood.
Niet alleen de persoon met de doodswens, ook diens naasten kunnen die zorg vaak goed gebruiken. Is euthanasie al moeilijke genoeg, suïcide is vaak met nog meer vragen en met schuldgevoelens van de nabestaanden omgeven. En wie bijvoorbeeld haar partner verliest aan suïcide, verliest daarbij niet zelden ook een deel van de kring van vrienden en bekenden. 

Kunnen we het aan, de ander niet laten vallen, elkaar niet laten vallen, in dat proces van ‘loslaten’? Het blijft een uitdaging en in veel gevallen ook een worsteling. Niettemin, het is misschien wel de ultieme blijk van liefde en betrokkenheid als we de ander nabij kunnen blijven, en begrip en respect blijven tonen voor een beslissing die onszelf misschien wel veel pijn doet. Iemand zo in liefde los kunnen laten is een groot geschenk. Voor de ander, maar ook voor onszelf.

Dit stuk verscheen eerder in Doopsgezind NL van augustus/september jl. Lees het hele nummer hier.

Tekst: Fulco van Hulst
Beeld: Grant Whitty


Terug