>

Nieuws

 
30 november 2020

Muziek op de rand van het leven

tekst: Geert Brüsewitz


Eigenlijk al zolang ik me kan herinneren speelt muziek een grote rol in mijn leven. 

Zelf muziek maken is er nooit echt van gekomen; de frustratie van het verschil tussen wat mijn handen konden en mijn hoofd hoorde was te groot. Maar vanaf het moment dat ik ‘sji-lof-joe-jehjeh’ meebrulde met de grote jongens in de kleedkamer van het zwembad om zeven uur in de morgen, tot nu, is er muziek. 

Jaren later hoorde ik bij de klanken die uit mijn mond kwamen pas wat ik eigenlijk gehoord had. Muziek raakt me, vooral waar het overstijgt. Bijvoorbeeld als een tekst diepgang biedt, als een stem doorleefd een lied draagt, of als muziekklanken teruggrijpen op diep ingesleten melodielijnen van eeuwen her. Alsof je met muziek, net als in geloof, het onzegbare raakt en even zichtbaar maakt in al zijn inspirerende kracht. Wel zichtbaar, maar met het mysterie intact. Iets van herkenning dat diep in je ziel verborgen lag; een plotseling hernieuwd weten dat de honger naar meer voedt, het verlangen aanwakkert.

Zoiets gebeurt vooral, is me gebleken, met musici in hun ouderdom. Alsof ze, het oud zijn als de werkelijkheid aanvaardend, een venster hebben gekregen op wat voorbij de dood reikt. Een soort verlangen dat enerzijds oud en wijs is en anderzijds ook eerlijk en realistisch naar zichzelf. Met een zekere zwaarte, met melancholie, terwijl er tegelijk iets kinderlijks, iets nieuws is gegroeid dat licht maakt en geeft. 

Alweer twintig jaar geleden werd ik van mijn voeten geblazen door Johnny Cash met zijn werk voor het label American Recordings van Rick Rubin. Ik kende hem alleen als countryzanger en dat was nou niet bepaald mijn soort muziek. Hij is een vertolker, maakt zich liederen van anderen eigen. En voegt er daarmee een dimensie aan toe. Veel van wat hij in deze tijd zingt zijn oude spirituals. Muziek van de kerk, van hoop en geloof, van bevrijding en verlangen. Gemaakt door slaven op de grote katoenplantages in de Verenigde Staten. Met deze liederen hielden ze zich staande in een afschuwelijk leven waarin niets van hen was. Geen bezit, geen relaties, niet de nabijheid van eigen kinderen en gezin. Het enig houvast was dan soms het geloofsvisioen waarin het verlangen naar vrijheid klonk, op het ritme van het eentonige werk op de plantages. 

Wayfaring Stranger is zo’n lied. Het lied start met een slepende viool, als de stroom van een rivier die aan je passeert. Aan de oever zingt Cash het visioen van vrijheid en verlossing aan de overzijde tegemoet, zoals de slaven het ooit zongen: ‘I am going over Jordan’. Hij gaat vol vertrouwen, zijn moeder heeft hem immers ooit beloofd dat ze hem tegemoet zal komen als hij arriveert: ‘I am going over Home’. En met deze woorden zingt hij eeuwen bij elkaar. Bevrijding uit de slavernij in Egypte, de Jordaan als de grens naar vrijheid. En die Jordaan is tegelijkertijd de Styx, de doodsrivier, maar ook de Mississippi, die de scheiding vormde tussen de slavernij in het zuiden en de vrijheid in het noorden. In alle gevallen was er vrijheid aan gene zijde. Ofwel voor een nieuw bestaan in dit ondermaanse, ofwel bevrijd van alle aardse lijden. Het oversteken van een grens, een point of no return.

En je denkt aan de Berlijnse muur met zijn wachtposten en spervuur, of aan de muur die Trump bouwt tussen Mexico en de VS. Waar een andere rivier zijn naam geen eer aandoet en te weinig grens is: de Rio Grande. In de speellijst die ik ter illustratie voor dit artikel maakte staat ook een prachtig lied van Bob Dylan die over de Rubicon zingt – nog zo’n rivier waar overheen je niet meer terug kan. Toen ik twintig jaar geleden dit lied, deze vondst aan vrienden liet horen – wat ik helaas tot vervelens toe doe – barstte hun jongste dochtertje in snikken uit. Ze had een zeer ernstige ziekte gehad, tot aan de rand van de dood. Het leek haast alsof ze diep van binnen de melancholie, het verlangen naar de schoonheid en de rust van dat onbekende land aan de overzij voelde, terwijl ze er geen woord van verstond. Pijn, overwonnen pijn, verlangen naar onaardse vrijheid. 

Een ander lied dat diep raakt van Cash is Hurt. Het is voorzien van een fantastische clip waarin Cash als een lompenkoning zijn leven overziet. Hij voelt de pijn die hij eerder voelde en veroorzaakt heeft. Verslaving, verlaten en verlaten worden, verliezen en belazeren, dood. Hij omarmt dat duistere en kwalijke verleden maar komt het toch ook te boven. Er is geloof, Amerikaans evangelisch geloof. Toch overstijgt het de stereotype kaders van zondaar en gered zijn wel. Omdat het echt is denk ik, realiteit. 

En zo is er veel meer. Leonard Cohen, op zijn laatste plaat met You want it darker, waarin je joods gezang hoort dat de overgang van dood naar leven begeleidt; een spel van licht en donker, van een mens met zijn God. Mooi in dit lied is dat zoeken naar de essentie. Naar onze verantwoordelijkheid en die van de Eeuwige. Het is oudtestamentisch onderhandelen, sjacheren met God. Cohen is zich bewust van zijn en ons aller menselijke verantwoordelijkheid, maar ook God wordt ter verantwoording geroepen. Het is aanvaarding en opstandigheid tegelijkertijd. Op een dergelijke kruispunt wordt het dieper, emotioneel, maar ook herkenbaar en troostrijk. Tot slot is er de chazan die zingt, dat is troost. 

En Black Star van Bowie, waar het donkere van het doodgaan overgaat in de lichte tonen van de verrassing van de ziel die het lichaam verlaat. Als een knop die tot bloei komt. De broze liedjes van Freddy Mercury in de dagen voor zijn dood. Maar ook de tot nu toe laatste plaat van Ozzy Osborne: Ordinary man… Dat gaat over de balans opmaken. Verdriet over wat was, vreugde en voldoening, en verlangen naar het onbekende. Zoals mijn vader op de laatste dag van zijn leven met zijn jas aan in het hospice klaar zat voor een reis naar Blankenberge. Dat was een vergissing: hij stierf die avond terwijl hij luisterde naar prachtige klassieke muziek, de muziek van zijn leven. Muziek als de reis…

En omdat ik beter kan laten horen dan met woorden beschrijven, heb ik een speellijst op Spotify gemaakt. Ik heb de lijst ‘Op de rand van het leven’ genoemd. Misschien zijn er mensen die liederen willen toevoegen met diepgang, over de grens van dood en leven? Dat kan! Ik zie ernaar uit!        

Dit artikel verscheen eerder in Doopsgezind NL, het maandblad van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit. Wilt u meer informatie over de publicaties? Klik dan hier.


Terug