>

Nieuws

 
23 april 2020

Ik herken mijn gehannes, mijn zoeken naar nieuw evenwicht

tekst: Essemie van Dunné - kopfoto: Anna Pritchard

Daar zal het zijn

Sinds we niet meer samenkomen in onze kerk neem ik diensten op, met onze vertrouwde pianiste Betty en haar man Joop. Vooraf bellen we over de muziek. 

Het maken van de dienst lijkt op zoals ik het gewoonlijk doe. Ik kies een bijbeltekst, lees die een paar keer, zoek wat achtergronden, en op de een of andere manier blijkt die tekst meestal te gaan over mensen in deze tijd. Dat valt me altijd al op, maar nu meer dan ooit. Het leven dat we nu leiden is nieuw en anders, en daarmee ook veel emoties en stemmingen. Maar in de verhalen blijkt niets nieuw te zijn. Daar herken ik mijn leven en mijn manier van handelen, mijn gehannes, mijn zoektocht naar nieuw evenwicht. Ik herken de twijfel en wanhoop van mijzelf en van de mensen die ik spreek. Het verlangen naar vertrouwen, en de hoop op een betere wereld na deze tocht. 

Er blijkt geen stap nog niet gezet, geen fout nog niet gemaakt, geen emotie nog niet beleefd. Zoals wij ons verliezen, vergeten te handelen wanneer het nodig is, en handelen wanneer het beter was geweest het te laten. Zoals we trots zijn en ons schamen. Ons laten zien of verbergen. Het is allemaal beschreven in de verhalen. Dat geeft mij een enorme troost. Het hoort bij menszijn, wat we doen, wat we meemaken en zoals we het beleven. 
Zo is het komen tot een overweging niet het moeilijkste, vind ik. Ik verwonder me en dat beschrijf ik.

Maar dan sta ik in de kerk. We nemen alles nog even door. Ik haal glaasjes water, leg mijn papieren, mijn liedboek en de bijbel klaar. Mijn leesbril binnen handbereik. De camera staat opgesteld. De duim van Joop gaat omhoog, ik begin.
Er mag wat misgaan. Bij het aansteken van de kaars kwam eens een stukje van de lucifer in mijn oog. Ik vergat een zin. De camera draaide al weg, terwijl ik nog iets wilde zeggen.
Joop is intussen handig in het aan elkaar plakken, maar soms staat het er bijna in één keer op. Het hoeft ook niet perfect.

Als ik voorging in het kerkje, ons Meerpadkerkje, met mensen op de stoelen, met Bob de koster, met een kerkenraadslid, met alle bekende, redelijk nieuwe en oude gezichten, met kinderen, tieners… was ik zenuwachtig. Ik had buikpijn, maar liep door de kerk om mensen te begroeten. Samen gaan we het doen, dacht ik dan. En als ik er eenmaal stond, waren de zenuwen verdwenen. Dan sprak ik de woorden, die voor een deel al eeuwenoud zijn. Dan vertelde ik het verhaal aan de kinderen, en iedereen luisterde mee. We zongen, samen. Waren samen stil. En als mijn overdenking klaar was, ging ik zitten en voelde ik in elke zenuw datgene waarvan ik steeds wist dat het er was: de Geest, heilig, in ons midden.
Er is nog geen dienst geweest waarbij ik dat niet voelde. 

En nu sta ik hier met Betty en Joop. We hebben het goed. Het is intiem en vertrouwd intussen. Zij zijn positief, hun vertrouwen gaat over periodes als deze heen, makkelijk. Maar de Heilige Geest – ik weet het niet. Ik weet het werkelijk niet. Misschien gebeurt het als mensen ernaar kijken. Misschien is het er en voel ik het minder. Maar pijnlijk is het. 

Ik mis, maar vertrouw. Dat de tijd weer komt, dat het er is, al weet ik niet precies waar. Maar het zal er zijn waar mensen met elkaar op pad blijven, niemand achterblijft, waar we naar elkaar blijven verlangen. Daar zal het zijn.

Essemie van Dunné is predikant van Doopsgezind Amsterdam in Amsterdam-Noord


Terug