> nieuws

Nieuws

 
6 februari 2020

Ds. Albert Keuter 7 januari 1892 10 maart 1945

Op 10 maart a.s. is het 75 jaar geleden dat ds. Albert Keuter in het concentratiekamp Bergen Belsen om het leven kwam.

Dominee Keuter van de doopsgezinde gemeente in Den Haag was na het uitbreken van de oorlog onverzettelijk in woord en daad. Met zijn zoon Jons was hij lid van de Haagse verzetsgroep Ter Galestin, onder leiding van Casper ter Galestin. Er werden elke week neergeschoten Britse piloten uit Friesland gesmokkeld. Dit gevaarlijke werk combineerde Keuter met zijn taak in de gemeente. Op 2 januari 1944 preekte hij met de tekst 'sta op en ga uit', een felle aanklacht tegen de bezetter.  

Op 4 januari reisde hij in verband met zijn verjaardag naar zijn gezin in Meppel. Het station bleek hermetisch afgesloten te zijn. Het noodlot sloeg toe. Albert Keuter werd gearresteerd en meegenomen naar Scheveningen. Het bleek dat zijn telegram dat hij een trein later zou komen was onderschept. Op hetzelfde uur werd Jons samen met een paar piloten in Amsterdam gearresteerd. De groep was geïnfiltreerd door twee zogenaamde helpers. 

De verzetsgroep werd opgerold en Keuter en zijn zoon verdwenen in het 'Oranjehotel' in Scheveningen. Een grote schok voor de groep en de families. Casper werd naar kamp Vught gebracht en gefusilleerd. Albert en Jons zaten gescheiden gevangen. Af en toe smokkelde Keuter een briefje z’n isoleercel uit. Hij bracht veel vertrouwen over bij zijn medegevangenen. Er werd zelfs geschaakt. Het wachten was op berechting.

Op 6 juni 1944 werden na de invasie vele gevangenen vanuit Scheveningen naar het concentratiekamp Vught getransporteerd. Vader en zoon hervonden elkaar. De Keuters konden hun tijd zelf indelen. Een tijd lang deden ze zwaar werk voor extra voedsel. Albert verrichtte veel geestelijke arbeid, met bijvoorbeeld heimelijke voordrachten.                                                                                                             
De hoop op bevrijding kreeg na drie maanden een wreed einde. Op 6 september werden de gevangenen als beesten in veewagens geladen en na twee dagen kwam het transport in Oraniënburg aan waar ze totaal uitgeput onder slechte omstandigheden kaal werden geschoren en gestreepte gevangeniskleding aankregen. Ze gingen in quarantaine. De behandeling door de blokhoofden was wreed. Elke twee man moest een bed van 80 cm breed delen.

Keuter klaagde echter niet, aanvaardde, bemoedigde anderen en was velen tot steun. Maar zijn gezondheid ging achteruit. Hij raakte ondervoed, ging moeilijk lopen, de zolen van zijn schoenen waren versleten. Door verzwakking werden twintig gevangenen naar kamp Sachsenhausen gestuurd, waar vader en zoon weer bij elkaar waren. Er leek een betere tijd aan te breken. Ze kwamen in een diplomatenbarak terecht en waren niet meer aan mishandeling onderhevig. Door het geven van verboden Engelse lessen aan Polen kreeg Albert extra voedsel zodat hij niet ondervoed raakte.

Bij nadering van de Russische legers werd het kamp op 5 februari 1945 ontruimd. Keuter en de zijnen verdwenen in de hel van Bergen Belsen waar hij algauw zijn krib niet meer uit kon komen. Op 10 maart is hij, vijf dagen na zijn zoon, overleden. Een Poolse priester waar hij in Sachsenhausen mee bevriend raakte, heeft hem in zijn laatste uren bijgestaan, kon hem nog de hand drukken en zorgde er zo voor dat hij niet alleen is gestorven. 

Pieter Kat (doopsgezinde gemeente Apeldoorn)

'Vanaf 1942 heb ik dominee Keuter gekend. Pas ver na de oorlog heb ik begrepen wat ds. Keuter voor veel mensen heeft betekend en hoe hij is omgekomen.'

WO II Albert Keuter


Terug