>

Nieuws

 
27 januari 2020

Vrede in de gemeenschap

tekst Franka Riesmeijer – foto’s pxhere.com

Het bereiken van wereldvrede is een grote wens voor ons doopsgezinden. Maar tegelijkertijd is het zo’n groot ideaal - hoe kunnen we dat ooit bereiken? 

Professor dr. Fernando Enns, werkzaam aan het doopsgezind seminarie, omschrijft de wereldvrede als een rechtvaardige vrede die is op te delen in toegankelijke onderdelen. Vier pilaren dragen samen de vrede: vrede in de gemeenschap, vrede in economische relaties, vrede met het milieu, en vrede tussen volken. Alle vier zijn ze essentieel voor een realistische visie op een betere wereld, alle vier tackelen ze problemen in het dagelijks leven, alle vier zijn ze praktisch uit te voeren. In tegenstelling tot de ‘grote’ vrede, kunnen voor deze vierdelige vrede direct stappen gezet worden. Dat kan iedereen persoonlijk doen, maar ook doopsgezinde gemeenten. 

De meeste straten en wijken van Nederland zijn relatief veilig. Maar dat is zeker niet overal het geval. Enns noemt Kingston, de hoofdstad van Jamaica, als voorbeeld waarom vrede in de gemeenschap zo essentieel is. Iedere nacht worden er jonge mensen vermoord. In zo’n stad waar veel geweld is, is de verwerking van angst en verdriet een belangrijke voorwaarde om zich te kunnen richten op een betere toekomst. Plaatselijke kerken kunnen er meewerken aan vredesonderwijs, zodat iedereen over straat kan zonder te vrezen voor zijn of haar leven. 

Actieve vrede
Wereldwijd zijn er initiatieven die zich voor gemeenschappen inzetten. Zo helpt Musicians Without Borders bij de verwerking van de angsten en het verdriet van kinderen in hun eigen gemeenschap. Movement on the Ground richt zich op het verwezenlijken van vluchtelingendorpen in plaats van vluchtelingenkampen, zodat mensen samen een gemeenschap op kunnen bouwen en kunnen groeien, leren en werken. Zo zijn er overal ter wereld goede doelenorganisaties die de vrede op kleine schaal versterken, in wijken, dorpen en steden. Dit gebeurt bijvoorbeeld via onderwijs aan moeders, het bieden van ruimte aan kinderen en het bouwen aan gemeenschapsgevoel in groepen waar grote tegenstellingen zijn. Doopsgezinde gemeenten kunnen uitzoeken welke initiatieven er zijn en een collecte voor ze houden.

De Nederlandse situatie is gelukkig meestal te omschrijven als vreedzaam. Er zijn weliswaar gewelddadige wijken, maar die vormen eerder de uitzondering dan de regel. Het aantal misdrijven ligt relatief laag, we leven hier samen in vrede. In ieder geval in passieve vrede, in die zin dat er geen oorlog is, geweld of andere verstoringen van (ons idee van) vrede. Maar we kunnen wel degelijk meer stappen zetten om tot actieve vrede te komen. Dan gaat het om het vergroten van gelijkheid, rechtvaardigheid en welzijn. Daarbij zijn vredesonderwijs en geweldloos communiceren een belangrijke basis voor iedereen. 

Drempel verlagen
In onze doopsgezinde gemeenschappen kunnen we werken aan het verwelkomen van alle mensen. Dat zouden we actief moeten doen, niet passief. Het gaat er dan om niet alleen ‘iedereen is welkom’ op de website van de gemeente te zetten, maar actief keuzes te maken waardoor iedereen zich thuis kan voelen. Is het voor slechthorenden of –zienden mogelijk de dienst te volgen? Houden gespreksgroepen er rekening mee hoe verschillend de levens van de deelnemers kunnen zijn? Kunnen mensen met een lager inkomen zonder schaamte aanschuiven? Letten we op de taal die we gebruiken, zodat we niet schelden, of bagatelliserend spreken over mensen met een beperking?  

Door dit soort stappen te zetten zorgen we ervoor dat iedereen kan aanschuiven, dat de spreekwoordelijke - en soms ook letterlijke! - drempel verlaagd wordt. Belangrijke voorwaarden hiervoor zijn empathie en het erkennen van privilege. Dat laatste wordt nogal eens gezien als struikelblok: iedereen heeft het toch wel eens moeilijk? Ja, absoluut, maar heeft u eigenlijk wel door hoe moeilijk het is voor mensen in een rolstoel om zich in Nederland te bewegen? Is de zaal die u uitzoekt voor een vergadering, de buurtkroeg voor een verjaardag, of de huiskamer voor een gesprek voor hen wel toegankelijk? Hier moet het antwoord niet zijn: ‘Als erom gevraagd wordt kunnen we vast wel wat regelen’. Want dan moet degene waar het om gaat moed verzamelen om die vraag te stellen, in plaats van dat er standaard een plek aan tafel is. 

Aanspreken
Ik ben enorm gecharmeerd van de nieuwe aanhef ‘Beste reizigers’ van de NS. Er zijn mensen die zich een mengeling voelen van mannelijk en vrouwelijk, en er zijn mensen die zich geen van beide voelen. Deze ‘non-binaire’ mensen reizen ook met de trein, en hoewel ze misschien niet in groten getale aanwezig zijn, zijn ze er wel. Een kleine verandering bij het omroepen, en alle mensen kunnen zich thuis voelen. Dit werken aan inclusiviteit, en hiermee aan vrede, gaat vaak niet om grote gebaren maar om kleine aanpassingen. 
Zelf heb ik me trouwens nooit geërgerd aan het vroegere ‘Dames en heren’, maar ik heb me dan ook nooit buitengesloten gevoeld. 

Wij kunnen ons ook actief verzetten tegen geweld in de gemeenschap. Dit kan met behulp van een vertrouwenspersoon die duidelijk op de voorgrond treedt. Als iemand problemen heeft, kan hij of zij bij die persoon langsgaan. Ook hier gaat het om een proactieve benadering. Zijn er onderlinge conflicten in je buurt of gemeente, en kun je misschien bijdragen aan een dialoog? Is er een gemeentelid door wie anderen zich niet comfortabel voelen en misschien wel vertrekken? Is er sprake van manipulatie of machtsmisbruik binnen de groep? Zorg dat je aanwezig bent, aanspreekbaar bent, en je niet laat leiden door je eigen idee. Want iets te vaak worden gevoelens van anderen weggewuifd met het idee dat het allemaal wel meevalt. Als we willen streven naar actieve vrede in onze gemeenschap, is luisteren en elkaar serieus nemen een belangrijk ingrediënt. 

Investeer in elkaar 
Als laatste voorstel voor actieve vrede in de gemeenschap noem ik het actief promoten van zelfontplooiing. Naast het verwelkomen van iedereen zoals die is, geldt ook: iedereen verwelkomen zoals die in de toekomst kan gaan worden. Twee invalshoeken zijn daarbij van belang: op ons taalgebruik letten en investeren in elkaar. Het taalgebruik in de gaten houden klinkt logisch, maar toch - een grap of grove opmerking maken, of een neerbuigende houding aannemen ten aanzien van een bepaalde groep wanneer er niemand bijstaat die tot die groep behoort, lijkt misschien niet zo erg. Maar je weet nooit wat er in de toekomst kan gaan gebeuren. Een harde opmerking over zieke mensen of over mensen met psychische problemen, zal herinnerd worden wanneer iemand hier onverhoopt mee te maken krijgt. Indertijd had je het misschien niet zo bedoeld, maar nú gaat het over een van je vrienden... 

Investeren in elkaar kan door het aanmoedigen en faciliteren van talenten in de gemeente, maar ook door omstandigheden te creëren zodat iemand bepaalde doelen kan behalen. Zorg voor kinderoppas, zodat ook ouders tot ontplooiing kunnen komen. Of zorg voor een doventolk, zodat ook slechthorenden mee kunnen denken over belangrijke onderwerpen. 
Investeer in elkaar, want er is zoveel talent om ons heen!

Dit artikel verscheen in Doopsgezind NL 03/04 2019 blz. 10 en 11.
Om het hele blad te lezen, klik hier. 



Terug