> nieuws

Nieuws

 
28 januari 2019

Huizen verdwenen, de kerk is gebleven

In Kaapstad staat in District Six een kleine kerkje: St. Mark’s Cathedral.
Het kerkje wordt geheel omringd door universiteitsgebouwen. Ooit stond het in een levendige multiculturele buurt. Die moest gedwongen verdwijnen. Maar het kerkje bleef en haar gemeente ook.

Het is mei 2018, Zuid-Afrika. Tijdens een studieweek in Kaapstad stap ik met een groep de bus uit naast een braakliggend terrein. Ongeveer honderd meter verderop staan appartementenflats en een moskee. Een kleine vrouw van een jaar of zeventig met een donkere huidskleur en veel grijs haar – onze gids - neemt ons mee naar een kruispunt. Ze begint met armgebaren te wijzen naar plekken en vertelt wat vroeger waar stond, waar zij woonde en waar ze nu woont. We staan in District Six. Een buurt die ooit bekendstond als een smeltkroes van culturen. Waar op straat allerlei geuren langskwamen van de gerechten die men kookte. Waar veel muziek gemaakt werd en gedanst. Luxe was het leven er absoluut niet, levendig wel.

Vertrokken
De Apartheidswetgeving in de zestiger jaren maakt er een einde aan. District Six wordt in 1966 verklaard tot gebied dat alleen toegankelijk is voor witte mensen. Veel mensen worden gedwongen zich in afgesloten gebieden aan de rand van de stad te vestigen, in zogeheten townships. Huizen worden gesloopt. ‘Het was niet zo dat iedereen tegelijk verhuisde’, vertelt de oud-bewoonster. ‘Het kon gebeuren dat je thuiskwam van school en dat de huizen om de hoek, die daar ’s ochtends nog stonden, gesloopt waren en de vrienden die er woonden vertrokken waren.’ In 1982 zijn uiteindelijk alle zestigduizend bewoners vertrokken en alle huizen platgelegd.

District Six wordt een braakliggend terrein, bedoeld om huizen op te bouwen voor de blanke bevolking. Aannemers en politici realiseren zich echter dat er binnen de samenleving heftige gevoelens over dit gebied leven en durven niet te hard van stapel te lopen. Als gevolg daarvan blijft het gebied grotendeels een zanderige vlakte waar wat wegen doorheen lopen, afgezien van de universiteit die er is gebouwd. Maar een paar gebouwen blijven op de vlakte staan: de kerk, moskee en synagoge. De overheid durft het niet aan om die ook te slopen. Wat overigens niet betekent dat ze ze niet weg wil hebben.

Geloofsgemeenschap
Met onze gids lopen we de universiteitscampus op die er na de vernietiging van de wijk is gevestigd. In het midden stopt ze bij een kerkje. Mijn eerste gedachte is dat deze bij de universiteit hoort. Nog voordat de oud-bewoonster van de wijk kan vertellen, begint een man vanuit de kerk druk naar ons te gebaren dat we naar de andere kant van het gebouw moeten komen. Ze negeert het en begint te vertellen.

‘De gemeente wilde hier bouwen, maar durfde de kerk niet weg te halen. De bezoekers ervan waren wel verhuisd naar verder gelegen gebieden. De hoop was dat deze geloofsgemeenschap een stille dood zou sterven. Door de universiteit er omheen te bouwen, werd de druk opgevoerd om de grond op te geven. Maar mensen bleven komen, zeker toen de buurt nog maar net gesloopt was. Hun huis en leven in District Six was hun afgepakt, maar hun geloof en kerk niet.’
 
Natuurlijk werden de bezoekersaantallen minder naarmate meer mensen een leven opbouwden in hun nieuwe buurt. Ook onze gids ging niet elke zondag naar District Six. ‘Toen ik jong was ging ik naar deze gemeente en ik ben er altijd deel van blijven uitmaken. Maar de kerk waar ik nu heenga bevindt zich in het township waar ik de rest van mijn leven heb gewoond. Uiteindelijk kostte het teveel moeite om steeds hier naartoe te gaan.’ Ze vertelt hoe ze na de verbanning uit de wijk weer nieuwe gemeenten oprichtten.

Geweigerd
Dan lopen we naar de kant van het gebouw die de man binnen ons heeft gewezen. Hij doet een deur open en begroet de vrouw die ons rondleidt zeer uitbundig. Ze vertelt wederom: ‘Ik ga nu misschien naar een andere kerk, maar hier zijn nog altijd mensen die mij kennen. Ik voel me nog steeds onderdeel van de gemeenschap die bij deze plek hoort en ik ben niet de enige voor wie dat geldt.’

Overal om de kerk heen staan universiteitsflats. Het gebouwtje is volledig ingebouwd. Maar wat er ook werd neergezet, de geloofsgemeenschap weigerde haar gebouw op te geven. Er is geld geboden, veel geld – ‘daar had misschien een veel grotere kerk van gebouwd kunnen worden’ - maar dat is allemaal geweigerd. Deze kerk bleef, en de moskee die verderop staat ook, uiteindelijk als teken van verzet en van hoop. Tot op de dag van vandaag komen er mensen samen.

Terugkeer
Onze gids woont inmiddels weer in District Six. De gemeente is bezig met het faciliteren van de terugkeer van oude bewoners. Erg goed gaat dat niet: er zijn niet genoeg woningen, er is sprake van bureaucratisch oponthoud of mensen krijgen gewoonweg niet waar ze recht op hebben. Toen de gemeente hier in 2004 mee begon is ervoor gepleit eerst de alleroudste oud-bewoners terug te laten keren. ‘Sommigen hebben het niet meer gered en zijn overleden voordat ze terug konden verhuizen. Maar in ieder geval werd hun het vooruitzicht en de hoop geboden dat er een beetje herstel plaatsvond, voor het leven en de woning die hun is afgepakt.’
Als voorbeeld noemt onze gids haar moeder, die nog een paar jaar van haar leven in een woning hier heeft doorgebracht. ‘Ze had voor het eerst van haar leven een hele woning voor haarzelf, met een eigen keuken en een eigen stoel. Daar zat ze dan heel trots in rond te kijken. Ze was er zo gelukkig mee.’

Dit verhaal verscheen eerder in Doopsgezind NL 1-2 2019. Lees de hele editie van DNL hier


Terug
  Meer informatie   Facebook   Twitter   Instagram   ANBI-register
 
  contact maandblad privacy
  routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
  veelgestelde vragen inloggen  colofon
     
   
  © 2019 Doopsgezind.nl