>

Achtergronden

 
4 augustus 2022

In het spoor van Henk (1)

'Welkom in Indonesië, waar tijd een ander begrip is', appt Henk met een grote smiley, als ik hem een foto van het verlaten ontvangsttafeltje stuur bij aankomst in Semarang. Wachten is niet het grootste talent van ons westerlingen.

Maar eerst wat eraan voorafging….
Acclimatiseren op Bali om te wennen aan de warmte, het eten, de andere cultuur, voor we doorreizen naar Java voor de wereldconferentie. Als vertegenwoordigers van het ADS-bestuur en doopsgezinden in Nederland gaan we Henk Stenvers onze steun en zegen meegeven in zijn nieuwe rol als president van Mennonite World Conference. Maar eerst een paar dagen Bali - hoe klinkt dat?

De Balinezen zijn heel blij dat het toerisme na twee jaar weer op gang komt. Alle mensen die we spreken zaten zonder baan en inkomen gedurende de afgelopen twee jaar. Geen vangnet, geen doorbetaling, geen werk, spaargeld op, “bankrut, ibu”.

De natuur is prachtig, zowel in de bergen van Noord-Bali, als in het Zuiden. Door regen en zon die elkaar voortdurend afwisselen zien we de prachtigste bloemen en vruchten, zoals bougainville, amaryllis, frangipani, papaya, kokosnoot, snake skin fruit, cacaoboom, kaneelboom, pepers - teveel om op te noemen. Maar buiten de gebaande paden is er ook zwerfvuil. Behalve in de grote steden is nergens een vuilophaaldienst.

De mensen zijn zeer vriendelijk en behulpzaam. Zou het komen door hun diepe religieuze overtuiging, het hindoeïsme? Dagelijks worden offermandjes voor de goden neergezet en iedere familie heeft zijn eigen huistempel, groot of klein.
Families wonen samen in de kampong en zorgen voor elkaar. De oudste zoon (Wayan) blijft met zijn vrouw en gezin bij de ouders wonen, maar onze gids Putu (oudste dochter) kreeg van haar schoonfamilie toestemming om met hun zoon bij haar ouders te gaan wonen, want in dat gezin zijn geen zonen.

Voor de toeristen worden ook gekke dingen gedaan: zoals vliegende honden aan een touwtje, en een iguana waarmee je op de foto kunt. Angstig. De wandelende tak op onze arm en schouder konden we wel aan, maar de grote zwarte spin (labalaba) die zich in de klamboe bleek te bevinden, in ons bed viel en toen spoorloos was, kostte ons de nodige nachtrust. Uiteindelijk bleek hij in ons kussensloop te zitten, duidelijk net zo bang van ons als wij van hem.

Ah Bali, mooi eiland... Wij moeten door, in het spoor van Henk.

Wordt vervolgd.

Miekje Hoffscholte-Spoelder


Terug