>

Achtergronden

 
18 maart 2022

Als we het maar konden horen

Wij zijn getuige van oorlog in Europa. Wij Nederlandse en Duitse doopsgezinden veroordelen het bombarderen van steden en het doden van mensen, of het nu burgers of soldaten zijn. Niemand heeft het recht dit te doen, want het leven van ieder mens is heilig. Er is geen rechtvaardiging voor het onderwerpen van mensen aan traumatische oorlogservaringen.

Wat kunnen we doen? Allereerst bidden voor vrede - samen met zoveel broeders en zusters in de wereldwijde oecumene, over alle landsgrenzen heen. Wij bidden voor hen wier leven wordt bedreigd, dat zij bescherming en troost mogen vinden. We bidden voor de machthebbers om af te zien van de dwaasheid van oorlogsvoering en de dreiging van nog meer vernietiging. Wij bidden voor alle soldaten en strijders, opdat hun harten verzachten en zij het oorlogsvoeren zullen weigeren. En wij bidden voor onszelf dat wij niet - bewust of onbewust - bijdragen aan deze spiraal van geweld, maar wijs en verstandig onze weg vinden in onze belijdenis van Jezus Christus die onze vrede is, en samen nieuwe creatieve geweldloze wegen mogen vinden.

We kunnen vluchtelingen opvangen. We kunnen geld doneren om de oorlogsslachtoffers te helpen en zelf hulp organiseren. Wij blijven in contact met de mensen die wij persoonlijk kennen in Oekraïne, én in Rusland en Wit-Rusland. We wisselen informatie uit en brengen de waarheid naar buiten. Wij kunnen bij onze eigen regeringen pleiten voor vrede voor de meest kwetsbaren. We kunnen deelnemen aan publieke protesten tegen de oorlog. Oorlogsprotesten in andere landen steunen we al zo goed als we kunnen. We zijn bereid ons eigen welzijn op te geven als we daarmee anderen kunnen helpen. We zijn niet machteloos, omdat we weten dat we verenigd zijn met vele anderen, ook in Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland. 

‘Is de geweldloze positie niet achterhaald gezien deze agressie?’ wordt ons dezer dagen gevraagd. Onze vraag is: is wat gewoonlijk Realpolitik wordt genoemd niet achterhaald? Wordt het niet tijd om toe te geven dat alle dreigementen met wapens, sancties of verdere strafmaatregelen de kwaadaardige acties niet hebben voorkomen? Zullen wij eindelijk gaan begrijpen dat er geen veiligheid kan zijn voor sommigen ten koste van anderen, maar alleen voor ons allen tezamen? Zullen wij eindelijk de afgezaagde frasen over mensenrechten laten varen, terwijl we tegelijkertijd wapens exporteren aan mensen die deze rechten met voeten treden, en we op grote schaal zaken doen met mensen die nu worden afgeschilderd als onze ergste vijanden? Zullen wij eindelijk inzien dat dergelijk beleid allang niet meer geloofwaardig is en derhalve noch de geweldplegers een halt kan toeroepen, noch de bedreigden kan beschermen?

We bekennen dat ook wij de mensen die nu in oorlog zijn niet kunnen beschermen tegen dood en verderf. Ook wij zien het kwaad in al zijn wreedheid. Ook wij zijn bang. Maar ons geloof in de kracht van de liefde is sterker. Ons vertrouwen in de kracht van geweldloosheid, zoals door Jezus zelf beleefd, is ongebroken - in de wetenschap dat deze weg niet gemakkelijk is. Onze hoop dat het vertrouwen op lange termijn kan worden herwonnen, is niet verloren gegaan. Integendeel: dit blijft ons doel en vormt de leidraad voor ons optreden nu. 

Daarom zullen wij ons niet laten leiden door angst, vijandbeelden en publieke verontwaardiging. Wij zullen niet instemmen met hernieuwde bewapening in eigen land – ‘voor onze eigen veiligheid, tegen agressors’ – omdat dat in strijd is met onze belijdenis van Jezus Christus. Wij willen juist meer dan ooit de weg van de discipel gaan, omdat we ons toevertrouwen aan deze waarheid!

‘Zijn hulp is nabij degenen die hem vrezen, opdat eer moge wonen in ons land, opdat goedheid en trouw elkander ontmoeten, en gerechtigheid en vrede elkander kussen (Psalm 85:10-11)'.

Tekst: Fernando Enns
Beeld: Pxhere

Lees ook de reacties op de oorlog in Oekraïne van Irene van Setten hier en het persoonlijke verhaal van Waldemar Epp hier.


Terug