>

Achtergronden

 
28 februari 2022

Geleend of geroofd?

Vandaag de dag is zekerheid over de herkomst van een kunstwerk van groot belang. Wie een kunstwerk koopt waarvan de herkomst en vroegere eigendomssituatie niet helder zijn, loopt de kans dat het later moet worden teruggegeven. 

De herkomst van voorwerpen is in de kunstgeschiedenis, de kunsthandel en het museale veld een onmisbare schakel bij het bepalen van de authenticiteit van een voorwerp, en van de rechtmatigheid van eigendom. We kunnen er zeker van zijn dat het onlangs aangekochte schilderij De Vaandeldrager van Rembrandt inderdaad van zijn hand is, en dat de volgorde van eigendom helemaal is gecontroleerd. Als dat niet het geval zou zijn was de koop nooit gesloten. 
Dit is het historische verhaal van het schilderij, maar er zijn natuurlijk meer verhalen met schilderijen verbonden, zoals het esthetische en het devotionele.

Teruggekeerd
Op Maria Magdalena. De tentoonstelling was het hierbij afgebeelde schilderij te zien. De rijk geklede Maria Magdalena, herkenbaar aan de zalfpot links op tafel, zit met gevouwen handen voor een kruisbeeld. De spreuk op de lijst luidt: ‘Vals die Gracieusheyt ende ijdel die Schoonheyt maar een vrouw God vreesende sal men prijsen’ (Proverb 31 Sp31). Maria Magdalena laat zien dat iedereen na het tonen van berouw genade kan vinden in Gods ogen. Bevalligheid en schoonheid, waardoor de vrouw op het schilderij in eerste instantie opvalt, zijn ijdele zaken die er niet toe doen. Het wijzen op berouw, en het leiden van een deugdzaam en godvruchtig leven, is de eigenlijke boodschap van het schilderij. 

Het is jammer dat de oorspronkelijke bedoeling van het schilderij - waarover de tekst op de lijst geen misverstand laat bestaan - lang niet altijd in de praktijk is gebracht. Het werd namelijk in de Tweede Wereldoorlog vanwege de kunstwaarde geroofd en meegenomen naar Düsseldorf in Duitsland. Na 1945 kwam het werk terug naar Nederland. Herkomstonderzoek heeft tot nu toe echter niet aan het licht gebracht wie vóór de oorlog de eigenaar was.

Overzees
Oorspronkelijk zijn alleen die cultuurgoederen als roofkunst beschouwd die zowel in de aanloop naar, als tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn geroofd, onder dwang verkocht, of anderszins onvrijwillig van eigenaar gewisseld en getransporteerd naar Duitsland. Het gaat daarbij om tienduizenden voorwerpen. Het betreft hier met name de kunstwerken van joodse eigenaren. Slechts een deel daarvan kwam na de oorlog terug, waaronder het schilderij met Maria Magdalena. 
Het verschijnsel ‘roofkunst’ beperkt zich echter inmiddels niet alleen tot de Tweede Wereldoorlog, maar is veel breder en ook veel ouder. Vroeger werden al kunstvoorwerpen als oorlogsbuit meegenomen. In het jaar 587 v. Chr. veroverde de Babylonische koning Nebukadnezar de stad Jeruzalem en nam de tempelschatten mee, teneinde het volk te demoraliseren. 

Vandaag de dag wordt steeds duidelijker dat het predicaat ‘roofkunst’ voor veel méér voorwerpen geldt die zich in openbare en particuliere collecties bevinden, bijvoorbeeld voorwerpen uit vroegere overzeese gebiedsdelen die door de toenmalige machthebbers zijn meegenomen. Het onder dwang en zonder toestemming meenemen van eigendommen is natuurlijk ontoelaatbaar, van wie of wat dan ook. Musea over de hele wereld worden dan ook geconfronteerd met de vraag kunst terug te geven die ooit op niet geheel legale wijze bij de eigenaren is weggehaald. Zo staan de Elgin Marbles van het Parthenon in Athene, die zich in een Londens museum bevinden, al jaren ter discussie. Met voorwerpen in de collectie die vooral afkomstig zijn uit kerken heeft Museum Catharijneconvent daar veel minder mee te maken.

Devotie en esthetiek
Voor zover bekend zijn er uit de Nederlandse kerken, waar kunstwerken vooral een religieuze betekenis hebben, geen goederen meegenomen. Dat geldt overigens niet voor de luidklokken in de kerktorens die in grote aantallen zijn gevorderd voor de oorlogsindustrie. Waren de voorwerpen in de kerken zelf misschien niet bijzonder genoeg? Topstukken in Belgische kerken, zoals het altaarstuk met het Lam Gods in Gent, en de Madonna van Michelangelo in Brugge, zijn wél getransporteerd naar Duitsland. 

Net zoals bij andere kunstvoorwerpen speelt ook bij het schilderij van Maria Magdalena de esthetische waarde een belangrijke rol. Dat geldt tevens voor kunstwerken die uit kerken afkomstig zijn en die bewaard en tentoongesteld worden in musea. De esthetische waarde wordt in musea over het algemeen meer benadrukt dan de devotionele. Voor religieuze kunst in particulier bezit is de scheidslijn minder duidelijk, maar dat devotionele en esthetische aspecten daarbij een rol spelen is vanzelfsprekend. We kunnen er wel van uitgaan dat bij de roofkunst de esthetische en kunsthistorische waarde voor de bezetter op de eerste plaats kwamen.

Beleving en verhaal
Mensen die naar hetzelfde kunstwerk kijken, kunnen allemaal een andere beleving hebben. Het gaat dan om de primaire esthetische beleving. De waarneming wordt gekleurd door de eigen ervaring. Een kunsthistoricus kijkt nu eenmaal anders naar een schilderij dan een aannemer, vanwege hun verschillende achtergronden.

Aan het kunstvoorwerp zijn bovendien vele verhalen verbonden, die met elkaar de geschiedenis ervan uitmaken. De herkomst van het voorwerp is daar slechts een deel van. Als je weet dat het schilderij met Maria Magdalena werd geroofd, meegenomen naar Duitsland en weer terugkwam naar Nederland, verandert dat niets aan de waarneming van het schilderij zelf. Maar het plaatst het wel in een andere context, zeker als het gaat over de periode rond de Tweede Wereldoorlog. Sommige mensen hebben minstens zoveel belangstelling voor het historische verhaal, als voor het devotionele of het esthetische. 

Collectie Nederlandse Kunst
Na 1945 konden vele kunstwerken teruggehaald worden naar Nederland. Door de Staat werden deze ondergebracht in de Stichting Nederlandsch Kunstbezit (SNK) als onderdeel van de Rijkscollectie. Over deze groep geroofde en teruggekeerde kunstwerken is veel te doen geweest, en op het internet is daarover heel wat te lezen. Het gaat niet alleen om schilderijen maar ook tekeningen, prenten, keramiek, zilver, tapijten en meubels. De werken kunnen in bruikleen zijn bij Nederlandse musea of overheidsgebouwen, maar ook is een gedeelte opgeslagen in depots.
Na terugkeer in Nederland was het de bedoeling dat de werken werden teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaars. Uit onderzoek is echter gebleken dat de Nederlandse Staat aanvankelijk geen grote bereidheid toonde om dit daadwerkelijk te doen.  

Lang niet alle claims leidden tot restitutie van de kunstwerken, en onenigheid kon leiden tot langlopende procedures. Geruchtmakend is de claim van de erfgenamen van kunsthandelaar Jacques Goudstikker, die pas in 2006 werd gehonoreerd met de teruggave van 202 schilderijen. Dit nadat in 1998 het Bureau Herkomst Gezocht (BHG) was opgericht om systematisch onderzoek te doen naar de herkomstgeschiedenis van alle individuele kunstwerken. Bij aanvang van het onderzoek bestond de collectie uit zo'n 4700 kunstobjecten. Het onderzoek van het BHG liep tot 2007, en sinds 2001 zijn enkele honderden werken gerestitueerd.

De kunstwerken die uiteindelijk overbleven werden ondergebracht in wat nu nog heet de Nederlandse Kunstcollectie, tegenwoordig beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). 

Joodse gemeenschap
De eigenaar van het schilderij met Maria Magdalena is echter nog steeds niet achterhaald en het werk is daarom (nog) in bruikleen bij Museum Catharijneconvent. Dit museum heeft vanaf de oprichting een 40-tal werken in bruikleen gekregen, waaronder enkele die inmiddels zijn teruggegeven aan de Erven Goudstikker. Collectiebeheerder Arno van Os van Museum Catharijneconvent is daar heel duidelijk over: ‘Wanneer blijkt dat welk schilderij dan ook in de oorlogsperiode onrechtmatig van eigenaar is gewisseld, dient het teruggegeven te worden aan de erfgenamen.’ Maar nog steeds is van duizenden voorwerpen de eigenaar niet bekend. 

Op voorstel van inmiddels oud-minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, heeft de ministerraad er in 2021 mee ingestemd de restitutie van cultuurgoederen aan oorspronkelijke eigenaren of hun erfgenamen effectiever en toegankelijker te maken. Wanneer het dan nog niet lukt de oorspronkelijke eigenaren of hun erfgenamen te vinden, worden de cultuurgoederen die geroofd zijn van joodse eigenaren en nu in het bezit zijn van de Staat - de zogenaamde verweesde roofkunst -  teruggegeven aan de joodse gemeenschap.  En daarmee komt een voorlopig einde aan een door roof en angst getekend historisch verhaal.

Dit stuk verscheen eerder in Doopsgezind NL van februari 2022. Lees het hele nummer hier.

Tekst: Marco Blokhuis
Beeld: Pieter Pietersz - Maria Magdalena in gebed (1575-1600, Museum Catharijnenconvent)


Terug