>

Achtergronden

 
4 april 2022

Vrijheid? (4)

Op 7 april is er een Sessie voor de Ziel over vrijheid, aan de hand van een essay dat Joke Hermsen voor Trouw schreef. In voorbereiding op deze Sessie voor de Ziel, o.l.v. Jeannette den Ouden, plaatsen we het essay in vier delen. Vandaag deel 4.

Vanwege onze ver-ontwikkelde talige vermogens hebben we niet alleen een zekere afstand tot anderen, maar ook ten opzichte van onszelf ingenomen. We kunnen in gedachten een dialoog voeren, waarbij we zelf voorwerp van reflectie zijn. We vallen dus niet samen met ons zelf, zoals de dingen, maar verhouden ons in taal tot ons zelf. Daarom noemde Hannah Arendt de mens een ‘two in one’, een wezen dat mede dankzij die onophoudelijke innerlijke dialoog steeds opnieuw geboren wordt en dus in statu nascendi blijft. De mens is met andere woorden nooit af of voltooid, omdat hij via de taal in voortdurende dialoog met anderen en met zichzelf staat. De mens kan zich over zichzelf heen buigen, kan over zichzelf nadenken, heeft met behulp van de taal zelfbewustzijn ontwikkeld en kan dus een tweespraak met zichzelf aangaan. Deze dialogische structuur veronderstelt dat we behalve een ‘ik’ ook een ‘zelf’ zijn. ‘Ik ben een ander’, zoals Rimbaud dichtte. 

Door de geschiedenis van de filosofie heen zien we deze dialogische of ‘tweestemmige mens’ verschijnen, zoals ik hem zelf al sinds mijn boek Stil de tijd ben gaan noemen. Behalve door de ‘uiterlijkheid’ van het lichaam, dat onderhevig is aan natuurwetten en dus vergankelijk en tijdgebonden is, wordt de mens ook gekenmerkt door de ‘innerlijkheid’ van immateriële ervaringen als denken, dromen, herinneren of verbeelden. We kunnen deze ervaringen hebben dankzij de afstand die we ten opzichte van onszelf en ons tijdgebonden lichaam innemen. Deze afstand stelt ons in staat om méér te zijn dan een louter aan natuurwetten onderworpen lichaam, en dit ‘méér’, dit surplus aan zijn, is te danken aan onze talige en cognitieve vermogens. Wanneer we door woorden, klanken of beelden van anderen geïnspireerd raken, raakt ook die innerlijke dialoog bezield en komt er ruimte voor iets nieuws. Het nieuwe begin voltrekt zich kortom altijd in de taal: ‘In den beginne was het woord’, zoals vers 1 uit Johannes 1 luidt. 
Denkend en sprekend scheppen we een verhouding tot de fysieke of materiële omstandigheden van ons bestaan en komen we tot een bepaalde interpretatie daarvan. Al die interpretaties tezamen vormen de taal van de culturele wereld, waarbinnen iedere mens een aantal jaren na zijn fysieke geboorte ook zijn entree zal maken. Via de taal zijn wij ingebed in een gemeenschappelijkheid die oneindig veel groter en uitgestrekter is dan wijzelf. 

De taal is de conditio sine qua non van het nieuwe begin, en de aandacht voor de ontwikkeling, verrijking en cultivering van die taal kan daarom binnen de opvoeding, het onderwijs en de cultuur niet groot genoeg zijn. Want elke nieuwe interpretatie van de menselijke ervaring of het menselijk bestaan kan alleen in en met behulp van de taal gemaakt worden. We kunnen de zin ‘In den beginne was het woord’ dus net zo goed omdraaien: ‘In het woord schuilt het beginnen’. Nu geldt dit uiteraard niet voor elke vorm van spreken. De formalistische taal van bijvoorbeeld een gebruiksaanwijzing zal die nieuwe interpretatie niet voort kunnen brengen, net zomin als de bureaucratische taal van clichés en stereotiepe taaluitingen of overig versleten taalgebruik dat kunnen. Het spreken en denken zal met andere woorden zelf ook van de nieuwe ervaring die het wil uitdrukken moeten getuigen. ‘Geen nieuwe wereld zonder nieuwe taal’, schreef Bachmann, die daarmee het belang van de literatuur voor het denken wilde onderstrepen. 

Rust, reflectie, aandacht en betrokkenheid zijn nodig om dat gesprek te voeren en als mensen dus werkelijk vrij te zijn. We worden niet vrij als we onbeperkt mogen consumeren, we worden pas vrij - en vrijheid is altijd een verworvenheid, iets dat je altijd moet blijven verwerven - als we ‘burgers’ van twee werelden, de materiële en de immateriële, mogen zijn. Het gaat er dus niet om verheugd te zijn dat we binnenkort weer ‘terug naar het idee normaal’ gaan, want dat oude normaal bleek nogal destructief te zijn voor mens en natuur. Waar het om gaat is al sprekende over de wereld gezamenlijk tot een ‘vooruit naar het nieuwe anders’ te komen, dat er nog niet is, maar al wel ligt te sluimeren in het veld van mogelijkheden dat ons omringt, als we daar tenminste de tijd en de aandacht voor weten op te brengen.

Om kritisch te kunnen nadenken hebben we, behalve goed onderwijs en inspirerende voorbeelden, rust nodig en een inspirerende omgeving.

Tekst: Joke Hermsen

Lees deel 1 hier terug. Lees deel 2 hier terug. Lees deel 3 hier terug.
Geef u via dit formulier op voor de Sessie voor de Ziel over dit essay, komende donderdag.


Terug