>

Achtergronden

 
19 augustus 2021

'Ik geloof in het goede'

tekst: Saapke van der Meer - foto: Artem Labunsky (NB de vrouw op de foto is niet Hermien Franken)

De 71-jarige Hermien Franken is deels doopsgezind opgevoed. Haar moeder was doopsgezind, haar vader anti-kerkelijk. Ook Hermiens echtgenoot Johan is van doopsgezinde origine. 

Toen Hermien en Johan kinderen kregen, nam de buurvrouw hun kinderen mee naar de zondagsschool. Op een gegeven moment vonden ze dat wat te gek worden en zijn ze zelf naar de kerk gegaan. Dat was het begin van hun betrokkenheid bij de doopsgezinde gemeente. Van het een kwam het ander en ze meldden zich aan bij een gespreksgroep. Een aantal leden van deze groep deed belijdenis, waarna ook Hermien en Johan deze stap zetten.

De vrijheid van geloven bij de doopsgezinden en de volwassenendoop spraken en spreken Hermien erg aan. Ook vond ze dat de grote verscheidenheid aan planten en dieren wel door Iemand geschapen moest zijn. 
In God geloven betekent voor haar geloven in het goede, daar vertrouwen in hebben en ernaar leven. Jezus is voor haar een voorbeeld en ze ziet de bijbel als leidraad voor het dagelijks leven. Het belangrijkste aan haar belijdenis vindt ze dat je probeert zo goed mogelijk te leven. Op mijn vraag of ze dat typisch doopsgezind of gelovig vindt, antwoordt ze dat er ook mensen zijn die niet gelovig zijn maar ook zo proberen te leven.

Ze staat nog steeds achter haar belijdenis en zou er niets aan toevoegen. De zin over de schepping door God had ze ingevoegd, mede omdat ze vond dat haar belijdenis anders wel erg kort was. Die zin zou ze er nu uit laten, omdat ze er niet meer achter staat. Ze denkt nu dat de schepping ook een natuurlijk proces kan zijn geweest. God ziet ze meer als Iets dat in ieder mens zit, dan als Iemand die van bovenaf de wereld bestuurt.

Op mijn vraag of het geloof misschien de bron is, antwoordt Hermien dat wanneer ze geen belijdenis zou hebben gedaan, ze net zo in het leven zou hebben gestaan. Ze ziet zichzelf als een praktisch mens en dat betekent voor haar dat ze zich inzet voor de organisatie waar ze bijhoort. Zoals ze zich vroeger voor de padvinderij heeft ingezet, zet ze zich nu in voor de doopsgezinde gemeente. Haar geloof uit zich in meer in praktisch handelen dan in nadenken over het geloof.


Terug