>

Achtergronden

 
29 juli 2021

Antwoord op de pandemie(?)

Foto: Vlad Kutepov

Als erfgenamen van het humanisme en de Verlichting zijn we geneigd om het menselijk vermogen te vertrouwen om de wereld op een rationele manier te benaderen. Tegelijkertijd weten we ons ook aan de traditie van vrijheid verplicht. Je mag je eigen inzichten en overtuigingen aan niemand opleggen. Maar zijn het ontkennen van het bestaan van het virus en het in twijfel trekken van de zin om ingeënt te worden maar ‘een mening’ die je dient te respecteren of toch iets anders? Iets waar je – juist als vrijzinnige! -  stevig tegenaan moet gaan? Wat valt nog onder te vrijheid van de meningsuiting en wat is al een misbruik daarvan? 

Hoewel de situatie, althans in ons land, op dit moment beter wordt en steeds meer mensen gevaccineerd worden en steeds minder mensen ziek, weten we niet of deze ontwikkeling zich zal blijven voortzetten. En misschien juist wanneer wij merken dat de onzekerheid niet zomaar voorbijgaat maar gewoon deel blijft uitmaken van onze realiteit, is het bijzonder belangrijk om te benadrukken dat ze als zodanig aanvaard moet worden. Want het is ook een kenmerk van onze traditie: het zeker weten hoort wellicht bij wat/wie wij soms ‘God’ noemen maar niet bij het menselijk bestaan. Je moet dus de onzekerheid nooit weg proberen te nemen: ook (of misschien vooral) met de religie/het geloof/de spiritualiteit niet!

Wat we wel kunnen is blijven zoeken: naar bronnen van kracht, van zuivere lucht, van inspiratie: niet buiten ons, maar juist in onszelf. ‘The currents of the Universal Being circulate through me; I am part or parcel of God’, schreef R.W. Emerson. En misschien is dit juist de kern van wat we, vanuit onze spirituele traditie, te vertellen hebben. Onze orthodoxe vrienden blazen hun verhaal over ‘het menselijk tekort’ nieuw leven in. Zouden we met een vergelijkbare kracht kunnen zeggen dat we weliswaar het kwetsbare en het breekbare in de mens zeker niet uit het oog verliezen maar dat we toch in de mens blijven geloven? Dat we hem/haar als een vindplaats van God zien?

Dit artikel verscheen eerder in het maandblad van Vrijzinnig Nederland. 


Terug