>

Achtergronden

 
8 juli 2021

Marjoleine de Vos: het landschap leren lezen

tekst Tea G. Rienksma, foto: Sebastjan Strasek

We zitten buiten achter het huis, een voormalig schooltje. Het is een prachtige, zonnige voorjaarsdag.

Marjoleine de Vos zit tegenover mij en kijkt, zorgvuldig zoekend naar woorden, in de verte over de omgeploegde akkers. Daar rijst de stoere toren van de kerk van Loppersum op boven de oude bomen. Meer naar het oosten, voor ons niet zichtbaar, staat het kerkje van Eenum, hoog op de half afgegraven wierde. Het kerkje waar ze zo liefdevol over schrijft in haar boekje, een juweeltje: Je keek te ver, een wandeling. Het verscheen in april 2020 tijdens de eerste lockdown. Binnen drie maanden verscheen de achtste druk. In zes hoofdstukjes schrijft ze over de omgeving van het dorp Zeerijp waar ze nu woont, over het landschap, het leren lezen van dat landschap en hoe ze daar in zomer en winter wandelt, kijkt en ziet. Leert zien, want je kunt er o zo gemakkelijk aan voorbij leven en rijden, en het alleen maar saai, leeg en eentonig vinden.

Ze woonde lang in Amsterdam. Het platteland van Groningen is wel even een andere wereld. Vrienden die haar bezoeken, zeggen ‘het is hier wel mooi’, maar willen toch liever terug naar de stad, naar de échte wereld. Marjoleine schrijft daar met begrip over, de grote stad is immers ook fijn, maar ‘...het echte leven is hier juist zo dichtbij. De geringe beschutting voor de elementen, de bietencampagne, de aardappeloogst, de weidsheid van de luchten, de vriendelijkheid in de winkels...’ (blz. 31). Dat het boekje zo'n succes zou worden heeft haar verbaasd. En tegelijkertijd ook weer niet, want wat is er nu te doen in coronatijd? Wandelen en je eigen omgeving verkennen… Zo ga je leren zien en dan ontdek je zoveel moois en verrassends. Het noorden boven de stad Groningen, waarvan soms spottend gezegd wordt: 'Er gaat niets boven Groningen... nou ja, er ís ook niets boven Groningen' – dat noorden bevat oeroude schatten en vele prachtige landschappen. De stenen en het landschap zijn als het ware schatkaarten (dat woord gebruikt ze), waarin je de geschiedenis kunt aflezen. 

Reis naar binnen
Of dat wandelen voor haar iets met de reis naar binnen te maken heeft, vraag ik. Marjoleine is even stil en zegt dan: ‘De reis naar binnen? Zo zou ik het niet noemen. Dat lijkt alsof er een bedoeling is van die reis, alsof je dat plannen kunt. Misschien kun je pas achteraf zeggen dat je een reis gemaakt hebt. Dat naar binnen keren, in jezelf keren, daar kom je ook minder fijne dingen tegen die je eigenlijk niet weten wilt, nooit vermoed hebt.’ In haar nieuwste bundel gedichten, Hoe verschillig (febr. 2021), schrijft ze in Gij kent mij en doorgrondt mijn hart:
.......
Wie zo ver in zichzelf uit dwalen wou, 
wie lezen durven zou wat ongeschreven
toch te lezen staat - geen mens weet wat zich
in het binnenst hart bevindt. Wie toch 
de reis aangaat, deinst op het eind vaak
terug, te bang voor 't oog dat alles peilt.
...... 

Ze zegt: ‘Ik ben wel graag alleen; alleen iets doen, alleen wandelen, in mezelf ronddwalen. Al ben ik dankbaar dat we met z’n tweeën leven. Het leven baant zich toch altijd een weg.’ In het gedicht Reisdoel in haar nieuwste bundel schrijft ze: 
....
Maar zie haar wegen krullen op de kaart. 
Mijn leven dwaalt zo sierlijk: elke omweg
lijkt de moeite waard.
......

Niets vanzelfsprekends
Marjoleine de Vos (1957) heeft een veelzijdig oeuvre op haar naam staan. Naast kenner van literatuur en poëzie is ze redacteur van NRC Handelsblad, maakt ze columns en schrijft ze over koken en lekker eten. Er verschenen meerdere boeken en bloemlezingen van haar hand, verzamelde columns en diverse gedichtenbundels. Regelmatig terugkerende thema's in haar werk zijn de grote vragen van het leven: hoe te leven, in het hier en nu leven, verwondering, verlies en rouw en het heimwee naar wat was, loslaten, maar ook verlangen en zoeken, maar niet met de bedoeling het antwoord te vinden.

Het kenmerkt haar spreken, haar zoeken naar de juiste woorden, de juiste formulering. Ik zeg: ‘Het is alsof je zoekt naar de nuancering, het is dit, maar soms ook dat, of het kan zus zijn, maar ook zo.’ Ze beaamt dit: ‘Ja, er zitten veel kanten aan de dingen. Maar er zijn natuurlijk ook dingen die voor mij wel vastliggen, zoals loyaliteit, trouw.’ Naar aanleiding van het zien van een tentoonstelling van de Engelse landschapsschilder David Hockney, schrijft ze: ‘Om iets te kunnen ontdekken moet je om te beginnen wat er is niet voor vanzelfsprekend houden. Als je even naar Hockney kijkt (en dat geldt voor menig kunstwerk) dan begrijp je niet goed meer hoe je ooit gedacht zou kunnen hebben dat er iets vanzelf spreekt. Alles is in beweging, aldoor, alles verandert: het licht, de kleuren, de seizoenen. Wijzelf.’ (Uit: Doe je best. Lof van het ongrijpbare leven, 2018)

Nieuwe betekenis
Ik kom nog even terug op Je keek te ver waarin het landschap zo nadrukkelijk aanwezig is, en zeg:  ‘Het is bijna een loflied op de Schepping.’ Ze kijkt me vragend aan. ‘Die woorden zou ik zelf nooit gebruiken. Ze zijn voor mij teveel afgesleten. Ik wil het open houden. Ik ben ook vooral een dichter. Ik wil het niet allemaal teveel invullen. Veel is een mysterie.’ Ik denk: het is de taal, geloofstaal naast haar dichterlijke taal. Ze zegt: ‘Ik lees veel poëzie en herlees veel, bijvoorbeeld Rilke*, en bij herlezen ontdek je steeds iets nieuws. Dat is het fijne van de herhaling. Daarom houd ik van rituelen, van een vaste liturgie. Juist dankzij de herhaling kan het zomaar een nieuwe betekenis krijgen.’

In Je keek te ver schrijft ze: ’Er valt niets te begrijpen. Maar er valt oneindig veel te voelen en te wensen dat het anders was dan het was. Wat is het toch dat je zo kunt verlangen naar wandelen (…) Het is alsof je, buiten lopend, je leven weer terug krijgt. (…) Maar enfin, als je daar staat en uitkijkt dan is het of je ook van binnen ruimer wordt. En zolang je op doortocht bent, niet aangekomen, zonder haast, zolang is het leven eigenlijk altijd wel uit te houden.’

In gedachten nog bij ons gesprek rijd ik terug. Ik groet het kerkje van Eenum en de toren van Loppersum, en dit bijzonder stukje land in de late middagzon.

*Rainer Maria Rilke (1875-1926), een van de belangrijkste lyrische dichters in de Duitse taal


Terug