> dachtergronden.php?nr=48216&stuurdoor

Achtergrond

 
14 mei 2020

Wie het handen wassen veracht moet worden geŽxcommuniceerd

Tekst en foto: Pieter Post

Deze coronacrisis luidt een andere tijd in. Het is een topprioriteit om voorlopig geen handen te schudden, maar ze veelvuldig te wassen. 

Toch nemen wij gewoontedieren er maar wat vaak een loopje mee, vrees ik. Het is me bijvoorbeeld op vakanties regelmatig opgevallen dat zelfs de keurigste heren (dames lijken me geen uitzondering), na een toiletbezoek met ongewaste handen de sanitaire ruimte verlaten. Met een gevoel van walging beeld ik me dan de eerstvolgende persoon in die hij een hand geeft en die van zijn niet-gewaste hand geen weet heeft. Zonder dat ik mezelf diagnostiseer als iemand met smetvrees, zou je niemand meer een hand willen geven. Handen wassen is een daad van naastenliefde.

Voor de bijbelse en talmoedische tradities is dit geen nieuws, veeleer een vanzelfsprekendheid. Ver voordat men van bacteriën en virussen had gehoord, geeft de talmoedische traditie er al blijk van dat men ziekten kon overdragen via de handen. De ernst van het besmettingsgevaar werd uitvergroot door uitspraken als: ‘Wie het handen wassen veracht, moet worden geëxcommuniceerd.’ ‘Wie zijn handen voor het brood eten niet heeft gewassen, eet onrein brood.’ En: ‘Een afgehakte hand is beter dan er door besmet te raken.’ 

In de tempel overgoot de priester zijn handen dan ook met water voordat hij de brooches uitsprak over het brood. Dit gebruik werd later, na de verwoesting van de tempel, door huisgezinnen voor het aan tafel gaan overgenomen. Maar dit handen wassen had naast een reinigende functie ook een spirituele dimensie. Water herinnert aan de oerwateren en aan Gods geest, die daarover in den beginne zweefde. Het was onmiskenbaar dat de handenwasser zich stoffelijk en geestelijk als een volkomen schepsel verbonden wist met zijn Schepper, de Heilige-gezegend-zij-Hij. En dat het welzijn van de gemeenschap, dus voor de volksgezondheid als een daad van naastenliefde, voor hem voorop stond. 

De coronacrisis daagt de kerken en de gemeenten uit om na te denken hoe zij deze crisis kunnen aangrijpen om meer diepgang te geven aan het handen wassen als daad van naastenliefde. In het Nieuwe Testament komt het handen wassen bij de instelling van het Avondmaal niet voor, hoewel Lucas wel te kennen geeft dat dat ritueel voor de maaltijd gebruik was. Als een Farizeeër Jezus uitnodigt voor een maaltijd, is die verwonderd dat zijn gast zich niet eerst even wast. Zijn antwoord is wat je ermee opschiet als je de buitenkant reinigt, zoals drinkbekers en schotels, terwijl je binnenkant overloopt van boosaardigheid en graaierij? Kijk dus eerst even naar wat je beweegt. En dat geldt ook voor ons voordat wij weer aan het Avondmaal deelnemen.

Het is alleszins het overwegen waard om het handen wassen als een nieuwe liturgische rite in te voeren tijdens de viering van het Avondmaal. De kerkgangers wassen hun handen voordat zij aan tafel gaan. En de voorganger wast zijn handen voordat hij het brood breekt. We geven daarmee in rituele zin een antwoord op de vraag wat de relevantie is van het handen wassen in deze coronacrisis voor ons sociale, ethische en religieuze denken. Maar bovenal geven we ermee te kennen dat we vanaf den beginne in een heiligende relatie staan met de Ene en met elkaar.


Pieter Post is predikant van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Heerenveen en Tjalleberd


Terug
 
Meer informatie Facebook   Twitter   Instagram   ANBI-register
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
© 2020 Doopsgezind.nl