> dachtergronden.php?nr=45082&stuurdoor

Achtergrond

 
27 december 2019

Verwondering, het begin van alles

Tekst: Kalle Brüsewitz
Foto: Merlijn Doomernik

‘Toen ik heel jong was zat ik eens met mijn familie aan het kerstdiner. Op de één of andere manier kregen we het over de zielen van overleden mensen die naar de hemel gingen.’ 

‘Ik begreep niet hoe die zielen daar kwamen, daar verwonderde ik me over. Het was de tijd van de eerste raketten naar de maan, en opeens meende ik te begrijpen dat de zielen naar de hemel werden afgevuurd, wat uiteraard tot de nodige hilariteit aan tafel leidde. Verwondering leidt niet altijd meteen tot het juiste antwoord...’

Marjan Scharloo is ruim achttien jaar directeur van het Museum van de Verwondering, zoals het zich sinds een aantal jaren noemt. ‘Verwondering, daar begint het altijd mee. Verwondering is het moment dat je je verbaast over iets wat je ziet of hoort. Het is het moment dat je wilt onderzoeken en begrijpen, het moment dat je de waaróm-vraag stelt.

‘Verwondering ligt besloten in alle collecties van het museum. De voorwerpen in dit huis werden gebruikt om de wereld te onderzoeken en de kunst te verbeteren. Daarom zijn we een museum waar je je kunt verwonderen en waar je de geschiedenis van verwondering kunt zien. Een plek waar je kunt aanschouwen waar anderen zich over verwonderd hebben en wat hen heeft aangezet tot het verleggen van grenzen en het doen van ontdekkingen. Je hoeft niet alles te snappen, maar je kunt je op zijn minst verwonderen over de schoonheid van de objecten, of over wat die objecten vertegenwoordigen.’

Historisch
‘Ik heb me nooit afgevraagd waarom niet alle musea zich ‘museum van de verwondering’ noemen, want eigenlijk zijn wij dat bij uitstek. Omdat we ons niet alleen focussen op objecten waar je je over kunt verwonderen, maar omdat hier ook de historische dimensie aanwezig is. Hier gebeurde het allemaal!

‘Verwondering is zo ongelooflijk belangrijk. Als er geen verwondering zou zijn, waar zouden we dan gebleven zijn? Dan banjerden we nog steeds door de natuur met knotsen over onze schouder. Het woord is echt een term uit de achttiende eeuw, uit de Verlichting. Men zocht naar verklaringen voor van alles en nog wat, en zo werden de meest fascinerende uitvindingen gedaan. Afbrandende kerktorens leidden tot de uitvinding van de bliksemafleider door Benjamin Franklin. Tegelijkertijd was dat het bewijs dat er voor het afbranden van een kerktoren een wetenschappelijke verklaring was, en dat het dus niet de wraak van God was. 

‘Iets dergelijks gold voor inentingen bij kinderen. Daar zit een mooi verhaal achter. Een Britse arts, Jenner, ontdekte in zijn praktijk dat meisjes die koeien melkten nooit pokken kregen. Toen Jenner zich dat realiseerde ontdekte hij dat dat kwam doordat de koeien zelf pokken hadden, en dat de meisjes die in contact kwamen met die koeien langzamerhand immuun werden voor pokken. Zo begon zijn ontdekking met verwondering: hoe kon het dat die meisjes geen pokken kregen en andere wel?’

Observeren
‘We hebben voor vmbo-scholieren een programma dat De Wow-Factor heet. Dat gaat over de mobiele telefoon. Iedereen heeft er eentje in zijn zak, maar hoeveel mensen realiseren zich hoe wonderbaarlijk dat apparaat is? Hoeveel jaren van kleine stapjes, tegenslagen, technische hoogstandjes, bloed, zweet en tranen er aan de basis van dat apparaat staan, waar je de hele dag op kijkt? Dat soort verhalen en programma’s willen we vertellen en aanbieden: alles om de verwondering te stimuleren.

‘Verwondering betekent ook observatie. Verwondering begint op het moment dat je goed kijkt. Dat past bij Teylers Museum. Dat was namelijk nooit bedoeld als museum zoals wij dat nu kennen. Het is begonnen als een mouseion uit de klassieke oudheid: een plaats waar wetenschappers en kunstenaars bij elkaar kwamen om ontdekkingen te doen en de resultaten met elkaar en het publiek te delen. Dat ontdekken begint met observatie, met verwondering. In Haarlem moest een dergelijke plek komen voor kunstenaars en wetenschappers. Daarom bouwden de executeurs testamentair van de doopsgezinde Pieter Teyler na diens overlijden de Ovale Zaal achter zijn huis. Een plek waar kennis met elkaar gedeeld kon worden. Zo begon het. Wel een mouseion, geen museum.’

Toonaangevend
‘Sinds het moment waarop ik mij afvroeg hoe zielen in de hemel kwamen, vraag ik mij dikwijls af waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Ik probeer te observeren en mij te blijven verbazen. Die mentaliteit voel ik in het museum. Ik loop er na al die jaren nog steeds vol verwondering doorheen. En ik moet zeggen dat ik me dagelijks bewust ben van de illustere namen die het museum gemaakt hebben tot wat het nu is.

‘Het begon dus bij Pieter Teyler. Een rijk man. We weten weinig van zijn leven, omdat vrijwel alle correspondentie is verdwenen. Maar we weten wél dat de doopsgezinden een enorm belangrijke rol speelden in het Haarlem en het Nederland van de achttiende eeuw. Ze waren toonaangevend in het zoeken naar manieren om de wereld een beetje mooier en beter te maken. Teylers huis was een patriottistisch bolwerk, waar hij met zijn doopsgezinde vrienden nadacht over de vrije samenleving en de rol van religie daarin. Dat is nog steeds een zeer actueel onderwerp. 

‘In Teylers testament stond dat de kunst en de wetenschap gestimuleerd moesten worden, en de armen geholpen. In de achttiende eeuw was 30% van de Haarlemmers arm. Martinus van Marum, de eerste directeur van het museum, verbeterde toen de papiniaanse pot, een hogedrukpan waarin je snel voedzame soep kon koken. In die uitvinding komt zoveel samen: het doopsgezinde – en Teylers – gedachtegoed rond het helpen van de armen, het praktische denken, de verwondering, de ontdekking, de wetenschap, de kunst en de uitvinding. Daarom is Teylers Museum het Museum van de Verwondering.’

Teylers Museum is bezig het enorme woonhuis van Pieter Teyler, onderdeel van het museumcomplex, in ere te herstellen. Eind 2021 opent het voor publiek. 
Teylers Museum is geopend van dinsdag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur en op zaterdag en zondag van 11.00 tot 17.00 uur. Zie www.teylersmuseum.nl.

Verscheen eerder in DNL Winter 19/20. Voor het hele blad klik hier


Terug