> dachtergronden.php?nr=45037&stuurdoor

Achtergrond

 
23 december 2019

Verwondering, angst en overgave

Tekst en foto: Annegreet van der Wijk

‘In mijn werk verwonder ik me het meest over de veerkracht van mensen. Hoe zij ondanks het wonen in een verpleeghuis, ondanks dementie, toch de moed vinden en de kracht krijgen om door te gaan.’ 


Dat zegt geestelijk verzorger en ethicus Tim van Iersel. ‘Mensen verbazen zich daar zelf ook over. In mijn boek* schrijf ik over een ontmoeting met een man die altijd had gezegd: als ik in een verpleeghuis kom, dan hoeft het voor mij niet meer. Toen hij in het verpleeghuis zat, zei hij: als ik in een rolstoel kom, dan hoeft het voor mij niet meer. Toen hij in rolstoel terechtkwam, zei hij: als ik bedlegerig word, dan hoeft het voor mij niet meer. En nu lag hij in bed en spraken we daarover. Hij verwonderde zich, hij was sterker dan hij had gedacht. Hij verbaasde zichzelf – en dan verwonder je je met elkaar.’ 

Men lijdt het meest aan het lijden dat men vreest –  maar als het echt gebeurt komen mensen er toch doorheen?
‘Angst kan bedrieglijk zijn; er gebeurt iets in je hoofd, de dingen verliezen hun ware proporties. Angst is een slechte raadgever, maar angst voor dementie is ook reëel en terecht. Want dementie is een verschrikkelijke ziekte die desoriënteert, die je afhankelijk maakt, die je verandert, die ontluisterend kan zijn. Het is heel zwaar, dat mogen we nooit ontkennen. Maar er lijkt soms een discrepantie te zijn tussen de aandacht van de media en de maatschappij voor dementie, en het wonderlijke fenomeen dat heel veel mensen ermee leven en erdoorheen komen. Dat heeft alles te maken met onze samenleving die erg gericht is op het hoofd. Als je kunt denken, als je doelmatig bezig kunt zijn, als je zelf de controle hebt, dan ben je van waarde. De nadruk ligt op de autonomie van de mens. Maar we zijn ook altijd afhankelijk, niet alleen als we ouder worden maar ons hele leven lang. We zijn weliswaar allemaal uniek als mens, maar ook sterk met elkaar verbonden. Dementie confronteert ons met wezenlijke vragen over ons bestaan: Wie ben je als je dementie hebt? Wanneer ben je van waarde als mens? Laatst zei een vrouw wier man dement is: ‘Ik ben getrouwd, maar eigenlijk al weduwe’. Dan denk ik na over de vraag: kun je dood zijn terwijl je er nog bent? Daarom vind ik dat dementie een appel doet op de theologie.’

Welke antwoorden vind je in de theologie?
‘God houdt ons vast, God is een kracht van overvloeiende liefde. Wij zijn als mens geschapen uit die liefde; ons lichaam en onze ziel. We zijn een eenheid, lichaam en ziel. We zijn allen onderdeel van die bezielde schepping. Ook als ons denkvermogen is aangetast door ziekte zijn we van waarde, bezield door God. God gaat met ons mee. God is bovendien ook lichaam geworden, in Jezus. Dat maakt dat God niet ver weg is, maar weet heeft van het leven en van de pijn die dat met zich mee kan brengen. Met Kerst ervaar ik dat altijd sterk. God komt dan zo dichtbij; Hij wordt mens, een kwetsbare baby. Hij moet zelfs zijn luiers laten verschonen! Die realiteit breng ik steeds naar de mensen voor wie ik werk. God waagt het afhankelijk te zijn van mensenhanden. Over verwondering gesproken!’

Maar welke betekenis heeft theologie als je dementie hebt en niet meer kunt nadenken over Godsbeelden, schepping en menswording? 
‘Mijn werk confronteert mij met lijden en met de vraag waarom dat lijden er is. Soms is het ontluisterend hoe afhankelijk en angstig mensen zijn. Dan zie je op een foto hoe iemand vroeger was en realiseer je je wat die ziekte met iemand doet. Maar de basis blijft toch dat iemand ertoe doet, dat hij of zij bezield is door God. Dementie zou je kunnen beschouwen als een vorm van het kwaad.

‘De vraag naar dit lijden en waar God is, speelt ook een rol in de kleinschalige vieringen voor dementerenden. Bijzonder vind ik de kracht van gemeenschap op de momenten dat woorden tekortschieten. Juist als iemand moeite heeft, zich verloren voelt, is er in de kring vaak een ander die een kaarsje voor die persoon wil aansteken. Dan houden we elkaar vast, of worden we door God vastgehouden. Niet in ons dénken over het geloof, maar in het beléven ervan. Als we zingen, bidden en kaarsjes aansteken.’

Hoe hou jij zelf dat lijden, dat kwaad uit?
‘Er is natuurlijk een groot verschil tussen mij en de mensen voor wie ik werk. Ik ga aan het eind van de dag weer naar huis. Aan de andere kant raakt hun leed mij natuurlijk wel, het maakt me misschien ouder dan leeftijdsgenoten. Ook de theologie houdt mij op de been. Ik ben niet het type geestelijk verzorger dat de hele dag aan het bed van mensen zit. Juist de afwisseling met mijn schrijfwerk, het geven van cursussen en mijn werk als ethicus, zorgt voor balans. Tegelijk houdt niet alleen het denken over het geloof mij staande, maar ook mijn geloofsbeleving zelf. Vroeger had ik nooit zoveel met het Kyriëgebed, het gebed om de nood van de wereld. Maar nu is het bidden daarvan belangrijk voor mij geworden. Dat gebed is een je toevertrouwen, een overgave. Niet een overgave in passieve zin, maar een overgave waar onvrede, strijd en onmacht in zitten. In die overgave en in die worsteling staan we niet alleen, sta ik niet alleen. God houdt ons vast, God gaat met ons mee. Hij heeft gevoeld wat wij voelen, in een echt meeleven dat troost, dat helpt.’

En die openbaring stopt niet, als God onze schepping bezielt en ons bestaan doorademt, zoals je zegt. Dus in ons menszijn, in de overgave, is God met ons en in ons. Hoe kunnen we ons blijven oefenen in die overgave, temidden van de angst?
‘Dankbaarheid is belangrijk, met open handen leven in plaats van met handen die dingen willen pakken. Het leven kunnen ontvangen. Laatst zei een dochter dat het bezoeken van haar demente moeder haar het leven heeft leren vertragen, en haar meer heeft leren genieten van de kleine dingen van alledag. Het op die manier kunnen ontvangen van het leven, en zelfs het waardevolle kunnen zien in het verlies dat de ziekte met zich meebrengt, vind ik een bijzonder voorbeeld van overgave. Wat ook ruimte schept is bescheidenheid en een open houding, om zo de onzekerheid uit te houden. Timmer het bestaan niet dicht, want je weet niet hoe het loopt.’  

Tim van Iersel is geestelijk verzorger en ethicus in verpleeghuizen van WoonZorgcentra Haaglanden, waar voornamelijk ouderen met dementie wonen. Daarnaast geeft hij trainingen in zingeving en ethiek, zowel intern als extern, en houdt hij zich bezig met ethische beleidsvorming. Van Iersel schreef twee boeken: Dilemma’s bij Dementie en *Godvergeten, gedachten over geloof en dementie. Kijk voor meer informatie op timvaniersel.nl

Verscheen eerder in Doopsgezind NL Winter 19/20. Voor het hele blad klik hier  




Terug