Nieuws

 
 
24 november 2017

Wij heb opa niet meer

Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar worden in veel doopsgezinde kerken de overledenen van het afgelopen jaar herdacht.

Wat hielp een moeder en haar tweejarige zoon de dagen en maanden na het overlijden van haar vader?


Midden in de nacht gaat de telefoon. Mijn vader is dood. Hartstilstand. Als ik er ben, ga ik naast hem zitten en streel ik zijn wang en zijn hand. Ik voel hoe goed mijn hand zijn hand kent.

Mooie schatkist
De volgende morgen regelen we als broers en zussen in opperste harmonie de uitvaart: de meeste stemmen gelden en als iets voor iemand een halszaak is, telt dt. Mijn vader is thuis. We hebben afgesproken dat we steeds met zn tween bij hem slapen.

s Middags komen de kleinkinderen. Mijn neefje van vier loopt opgewekt tussen zijn huilende nichtjes door en bewondert de koperen hengsels van de kist: 'Wt een mooie schatkist!'. Zijn nichtje van zeven zit op de grond te kleuren en legt even later een tekening in de kist: 'Voor opa, van Willemijn'. Dan gaan de andere kleinkinderen ook ijverig aan de slag. Aan het eind van de dag ligt mijn vader bedolven onder de kindertekeningen.

Wat is dood?
En dan kom jij. Je rent opas huis binnen en roept: 'Ik wil mamma zien n opa'. Ik til je op: 'Je mag opa wel zien, maar opa is nu anders. Opa is dood.' Grote ogen. Je kijkt lang in de kist en stelt dan de moeilijkste van alle vragen: 'Wat is dood?'

Als ik niet snel antwoord, vraag je: 'Zijn zn benen kapot?' 'Nee', zeg ik, 'die liggen onder de deken.' Maar je vraagt het nog een keer. En dan begrijp ik opeens wat je bedoelt. 'Ja, opas benen zijn kapot. En ook zn handen en zn ogen en zn mond. Alles.' Je wil opas handen zien en trekt het kleedje weg. 'Kan opa nu niet meer spelen?'

Je kijkt heel serieus. Opeens buig je voorover en roep je: 'Gekke opa!' Als hij dr niet op reageert, moet er echt wel iets aan de hand zijn. Helaas Maar gelukkig zijn je neefjes en nichtjes er om mee te spelen. Z interessant is de dood nu ook weer niet.

Dan kom je weer naar me toe: 'Ik wil de fotos zien'. Je weet precies welke: 'Die waar opa mij vasthoudt'. Je kijkt lang. Dan ga je weer spelen.

In de aarde gegraafd
Ik neem je niet mee naar de begrafenis. Ik zou wel willen, maar ik ben bang dat ik dan niet toekom aan mijn eigen verdriet. En dat moet er juist op die dag ook mogen zijn. Als ik thuiskom, vraag je: 'Heeft jullie opa in de aarde gegraafd?' s Avonds zeg je: 'Wij heb opa niet meer, h?' En als ik wat stil ben: 'Moet je huilen?'

De volgende dag haal ik de was uit de wasmand. 'Ach kijk, een overhemd van opa', zeg ik. 'Is opa dood?', vraag je. 'Ja.' 'Kan hij het niet meer aantrekken?' 'Nee.' 'Jammer h?', zucht je. Om meteen verder te gaan met je spel als leeuwenman en mij een blauwe leeuw te verkopen.

Wat helpt
Wat helpt in de weken, maanden, jaren erna?

Verhalen.'Weet je nog dat opa je zo graag voorlas? Hij las altijd dat verhaal dat Jannekes pop mocht meerijden op de vrachtwagen van Jip. Want daar vroeg jij steeds om.'

Fotos.We hebben een heleboel fotos van opa en jou aan de muur gehangen. 'Dan kan we er nog eens naar kijken.'

Mijn herinneringen.Hoe je opa vroeg in zn bureaustoel te gaan zitten en commandeerde: 'Benen omhoog, opa!' En hoe opa zn oude, stramme benen op de stoel trok om zich door jou rond te laten draaien. Hoe je - de laatste keer dat opa bij ons logeerde en in bad ging - genereus je Duplo in het water gooide, zodat hij daarmee kon spelen. En honderd herinneringen meer.

Jouw herinneringen.Soms denk je net als ik dat je hem ziet op straat: 'Is dat onze opa?' Je bent hem dus nog niet vergeten.

Protest.Misschien wel een jaar later lig je in bed te huilen. 'Ik huil omdat opa dood is. En omdat ik mijn oma nooit heb gekend. Ik vind het flauw dat mensen dood moeten gaan.'

Hoop.Het is anderhalf jaar later.Je zit net op school: 'Ira zegt dat mensen als ze dood zijn toch verder leven. Is dat zo?' 'Ik hoop het, maar ik weet het niet zeker.' 'Maar opa is toch onder de grond?' 'Ja, opas lijf is onder de grond. Maar waar opa mee praatte en lachte en dacht en grapjes maakte, dat is nog ergens. In ieder geval bij ons. En misschien ook nog ergens anders. Misschien wel bij God.' 'Maar waar is dat dan?' 'Dat weten we niet. Dat is het geheim van de mensen die dood zijn.' 'Dus opa en jouw moeder weten het?' 'Ja, ik denk het wel.' 'Ik wou dat opa het me kwam vertellen.' 'Ik ook.' 'Maar ik kan het toch vragen?'

En dan schalt je heldere stem door de kamer: 'Opa! Wr gaat waarmee je praat en lacht en grapjes maakt naartoe?' We luisteren allebei heel goed, maar horen niets. Maar misschien is dat eigenlijk wel eerlijk, bedenken we dan. Dan hebben de mensen die dood zijn iets voor zichzelf iets waar wij niets vanaf weten.

Interview: Marijke Verduijn. Dit verhaal verscheen eerder op Zin in Opvoeding, een platform waarop ouders inspiratie en wijsheid kunnen delen rondom zingeving in de opvoeding. Zin in Opvoeding is een gezamenlijk initiatief van de Algemene Doopsgezinde Sociteit, het Apostolisch Genootschap, Vrijzinnigen Nederland en de Vereniging van Vrijzinnig Protestanten.


Naar het nieuwsoverzicht